Categorie: Veiligheid

  • Staatssecretaris Struyken erkent tekortkomingen medische zorg in vrouwengevangenissen 

    In ‘Vrouwen Gevangen in Onrecht’, een misstandenboek over de gebrekkige medische zorg in vrouwengevangenissen verzamelde Bureau Clara Wichmann de verhalen van (ex-)gedetineerde vrouwen over tekortschietende medische zorg. Uit het boek blijkt onder meer dat klachten van vrouwen in vrouwengevangenissen vaak niet serieus worden genomen, specialistische zorg uitblijft en er fouten gemaakt worden in de verstrekking van medicatie. Ook schiet de gendersensitieve zorg tekort en leidt een gebrek aan continuïteit van medische zorg, tot ernstige gezondheidsrisico’s. De verhalen van (ex-)gedetineerden tonen hoe het systeem keer op keer faalt. Dit is in strijd met fundamentele mensenrechten. Daarom heeft Bureau Clara Wichmann opgeroepen tot directe veranderingen en doen we concrete aanbevelingen om de zorg voor vrouwen in gevangenissen te verbeteren. Waaronder dagelijkse toegang tot medische staf, second opinions zonder eigen kosten, privacy bij ziekenhuisbezoek, toezicht op medicatieverstrekking en gendersensitieve zorg.  

    In een gesprek dat we hadden met demissionair staatssecretaris Struyken van Justitie & Veiligheid sprak hij zijn dank uit voor het werk dat we gedaan hebben om de verhalen van vrouwen te documenteren. De aanbevelingen voor verbetering van de medische zorg in de vrouwengevangenissen die Bureau Clara Wichmann, in samenwerking met Loonstein Advocaten en De Brauw Blackstone Westbroek, heeft gedaan, zijn voor een belangrijk deel overgenomen en opgenomen in de brief van de staatssecretaris aan de Tweede Kamer: 

    • een belangrijke aanpassing van het beleid gaat over medische zorg voor vrouwelijke gedetineerden in het ziekenhuis: eerder was de regel dat de PIW’er (Penitentiar Inrichtingswerker) mee de behandelkamer ingaat, de nieuwe regel is dat de PIW’er buiten blijft wachten om de privacy van de gedetineerde te garanderen; 
    • gedetineerde vrouwen komen vanaf nu, net als iedereen, in aanmerking voor vergoeding van een second opinion als daar behoefte aan is; 
    • kostenoverwegingen mogen geen rol spelen bij het beoordelen of zorg uitstelbaar is, dit wordt verder verduidelijkt in de regels; 
    • de staatssecretaris heeft benadrukt dat de medische dienst 24/7 bereikbaar is. En zorgvragen meteen doorgezet moeten worden naar de medische dienst, die binnen een uur op locatie moet zijn; 
    • wat betreft de continuïteit van de zorg: het is niet mogelijk, zoals wij hebben aanbevolen, om vaste huisartsen te verbinden aan de vrouwengevangenis. De staatssecretaris is het met ons eens dat de huidige situatie verbetering vraagt. Daarom wordt nu de optie van de inzet van een ‘regie-behandelaar’, nader onderzocht; 
    • de problematiek rondom medicatie-verstrekking blijft een punt van discussie: er zijn verbeteringen doorgevoerd (bv de verplichte e-learning voor de medewerkers die medicatie verstrekken) en dit blijft punt van aandacht maar onze aanbeveling om medicatie alleen te laten verstrekken door zorgprofessionals wordt niet overgenomen. 

    De staatssecretaris heeft verder aangegeven dat op basis van onderzoek en aanbevelingen van onder andere de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) en de Universiteit van Leiden gewerkt wordt aan een herinrichting van de detentie voor vrouwen. De staatssecretaris constateert, zoals wij al eerder deden, dat de detentie voor vrouwen ‘te zeer een afgeleide is van detentie voor mannen en daarmee onvoldoende recht doet aan de specifieke kenmerken van vrouwelijke gedetineerden. Een meer fundamentele herbezinning is dus wenselijk.’2 Bureau Clara Wichmann, Loonstein Advocaten en De Brauw Blackstone Westbroek gaan dit nauwgezet volgen en we zullen op basis van de ervaringen van (ex-) gedetineerde vrouwen inbreng geven.  

  • Psychisch geweld strafbaar stellen is noodzakelijk, maar zonder intersectioneel feministisch perspectief schiet de eerste opzet van een wetsvoorstel tekort

    Onlangs stuurde staatssecretaris Struyken een eerste opzet van een wetsvoorstel strafbaarstelling psychisch geweld naar de Tweede Kamer. Bureau Clara Wichmann heeft haar visie op de noodzaak van strafbaarstelling van psychisch geweld eerder gedeeld met de staatssecretaris. 

    Psychisch geweld richt zich met name op het beïnvloeden van de emoties, gedachten en het zelfbeeld van het slachtoffer. Psychisch geweld uit zich doorgaans in een reeks handelingen die samen een schadelijk patroon vormen. Dit type geweld kan relatief onschuldige vormen aannemen en in de tijd steeds heftiger worden. Zo kan het beginnen met gemene ‘grapjes’ die uitgroeien tot intimidatie, bedreiging, vernedering, emotionele manipulatie en gaslighting. Daarnaast omvat psychisch geweld dwingende controle, met kenmerken zoals economische beheersing, controle en surveillance over sociale contacten, het veroorzaken van sociaal isolement, en het afhankelijk maken van het slachtoffer. Psychisch geweld heeft het risico van escalatie: het kan een voorbode zijn van meer en in ernst toenemend geweld. De inzichten van Jane Monckton Smith¹ dragen bij aan dit begrip door psychisch geweld te positioneren als een voorbode van mogelijk fatale escalatie van partnergeweld (femicide). Haar onderzoek toont aan dat psychisch geweld vaak een fase is in een cyclus van geweld, waarbij controle en intimidatie escaleren tot meer ernstige vormen van geweld. Het is van groot belang dat psychisch geweld op tijd wordt herkend en dat er snel wordt ingegrepen om slachtoffers te helpen. 

    Het is goed dat de staatssecretaris in de eerste opzet van een wetsvoorstel voor de strafbaarstelling van psychisch geweld onderkent dat psychisch geweld een opstapeling van gedragingen omvat en niet één enkel incident, en dat de strafbaarstelling daarop ingericht moet zijn. De focus ligt daarbij op het totale gedrag van de dader over een langere periode en niet alleen op afzonderlijke strafbare feiten. Psychisch geweld vraagt de mogelijkheid om bijzondere opsporingsbevoegdheden in te zetten, ook de staatssecretaris erkent dat. Positief is verder ook dat de staatssecretaris voorstelt dat het Openbaar Ministerie op eigen initiatief een opsporingsonderzoek kan starten, zonder dat het slachtoffer aangifte heeft hoeven doen. Daarnaast zal worden bekeken op welke manier bijzondere opsporingsbevoegdheden kunnen worden ingezet. 

    Naast deze positieve elementen in de geschetste eerste opzet voor de strafbaarstelling van psychisch geweld, is BCW teleurgesteld dat de staatssecretaris niet ingaat op: 

    • de erkenning en noodzaak van het bestrijden van de bredere context van genderongelijkheid, patriarchale macht en controle. Psychisch geweld is een symptoom van genderongelijkheid in de samenleving. Daarmee samen hangt de noodzaak van preventieve maatregelen;
    • het belang van een intersectionele feministische benadering die rekening houdt met de complexiteit van ervaringen van slachtoffers en met specifieke vormen van geweld die voortkomen uit de interactie van ‘ras’², gender, seksuele oriëntatie en andere factoren.   

    BCW zal deze tekortkomingen in de eerste opzet van het wetsvoorstel nogmaals onder de aandacht van de staatssecretaris brengen en verwerken in onze inbreng voor de internetconsultatie die gepland staat voor de zomer van 2026. 

    ¹ MoncktonSmith, Jane. In Control: Dangerous Relationships and How They End in Murder, Bloomsbury, 2021. 

    ² BCW verwerpt theorieën die gebaseerd zijn op het bestaan van verschillende rassen, want alle mensen horen tot dezelfde soort. We gebruiken de term ‘ras’ om te garanderen dat personen die algemeen en ten onrechte worden gezien als behorend tot een ander ras, niet worden uitgesloten van de bescherming die strafbaarstelling psychisch geweld zou moeten bieden. 

     

     

  • DIT IS WAAROM INTERSECTIONALITEIT ERKEND MOET WORDEN

    Intersectionele discriminatie wordt in de rechtspraak en anti-discriminatiewetgeving van de Europese Unie nog altijd niet erkend en dat is problematisch. De EU veronderstelt dat mensen enkel op basis van één kenmerk gediscrimineerd kunnen worden. Dat is niet waar. Discriminatie en uitsluiting kan namelijk op meerdere manieren plaatsvinden. Een vrouw uit een etnische minderheidsgroep kan gediscrimineerd worden op basis van haar geslacht, én op grond van haar etniciteit, én op basis van haar lichamelijke beperking én op basis van haar godsdienst. Een intersectioneel perspectief zorgt ervoor dat verschillende dimensies van uitsluiting aandacht krijgen en er niet voorbijgegaan wordt aan specifieke ervaringen van discriminatieslachtoffers.  

    Intersectionaliteit is een sociologisch denkkader dat licht werpt op de unieke vormen van meervoudige discriminatie die een persoon kan ervaren op grond van diens sociale identiteit. Je maatschappelijke positie wordt namelijk bepaald door verschillende betekenisgevers, zoals gender, maar ook nationaliteit, ras/etniciteit, klasse, religie, leeftijd, seksualiteit, legale status, enzovoort. Al deze factoren beïnvloeden en versterken elkaar, waardoor unieke ervaringen van discriminatie of privilege ontstaan.

    Het juridisch belang van het erkennen van intersectionele discriminatie
    Door intersectionele discriminatie te erkennen, wordt duidelijk hoe verschillende discriminatiegronden op elkaar inwerken en elkaar versterken. Intersectionele discriminatie is iets anders dan discriminatie op meerdere gronden: het is een vorm van discriminatie waarbij mensen geraakt worden door een combinatie van discriminatiegronden. Een vrouw van kleur krijgt te maken met een andere soort discriminatie dan een witte vrouw of een man van kleur, omdat in haar geval twee discriminatiegronden – ras en geslacht – elkaar versterken. Op dezelfde manier kan een moslima die een hoofddoek draagt, daardoor problemen ondervinden op het werk, terwijl dat anders ligt voor een man of een niet-islamitische vrouw.    

    Aandacht voor intersectionele discriminatie brengt de groepen mensen in beeld die het hardst geraakt worden. Wordt maar naar één discriminatiegrond gekeken of naar meerdere los van elkaar, dan wordt dit niet gezien. De conclusie is dan dat er géén discriminatie is, terwijl er juist sprake is van een ernstiger vorm ervan. 

    Vooral voor vrouwen is dit belangrijk, omdat zij zich vaak in een kwetsbare situatie bevinden, waarin verschillende vormen van discriminatie elkaar versterken. Denk aan vrouwen van kleur, religieuze vrouwen, vrouwen met een beperking, vrouwen met een lagere sociaal economische status, en vrouwen uit de LHBTIQ+ gemeenschap. 

    Het is belangrijk dat rechters, maar ook organen als het College voor de Rechten van de Mens, zich hiervan rekenschap geven en in voorkomende gevallen niet alleen naar de in de wet genoemde discriminatiegronden kijken, maar ook naar een intersectie/combinatie hiervan. 

    Intersectionele discriminatie wordt wél geregistreerd
    De antidiscriminatievoorzieningen in Nederland houden wel rekening met intersectionaliteit. In 2022 hebben zij 363 meldingen geregistreerd. Uit alle meldingen lijkt herkomst de grond met de meest diverse combinaties andere gronden te zijn. Bijvoorbeeld: herkomst en geslacht, herkomst en godsdienst, herkomst en seksuele gerichtheid.  

    Een vrouw heeft het gevoel dat ze op haar werk wordt gediscrimineerd op basis van haar geslacht en herkomst. Zo groet de manager haar niet en moet zij zwaarder werk doen dan bijvoorbeeld een man, of iemand met een Nederlandse herkomst.
    (Melding antidiscriminatievoorziening)

    Internationale Dag tegen Racisme en Discriminatie 
    Bureau Clara Wichmann wordt gedreven door intersectioneel feminisme. Wij streven naar het verbeteren van de rechtspositie van álle vrouwen, ongeacht: etniciteit, religie, seksuele oriëntatie, sociaal economische achtergrond en leeftijd. Bureau Clara Wichmann ondersteunt de procedure van een vrouw inzake intersectionele discriminatie op de werkvloer op grond van ras en geslacht. Op de Internationale Dag tegen Racisme en Discriminatie vragen wij samen met onze samenwerkingspartners extra aandacht voor intersectionele discriminatie, omdat dat helaas nog onvoldoende aandacht krijgt. 

    Discriminatiecijfers 2022:

  • Reactie Bureau Clara Wichmann en Loonstein Advocaten op het rapport van de Regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld

    Vandaag werd een rapport van Mariëtte Hamer, Regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag, gepresenteerd over seksueel grensoverschrijdend gedrag in Nederlandse vrouwengevangenissen. Sinds begin 2023 pleit Bureau Clara Wichmann samen met vrouwen die slachtoffer zijn van deze misstanden en met Loonstein Advocaten en advocaten van advocatenkantoor de Brauw Blackstone Westbroek voor erkenning van wat vrouwen is aangedaan en voor structurele verbeteringen in de vrouwengevangenissen. In samenwerking met Loonstein advocaten die deze vrouwen bijstaan, willen wij, Bureau Clara Wichmann, onze reactie delen op de recente bevindingen met betrekking tot de veiligheid van vrouwen in detentie.

    Vrouwen in detentie krijgen te maken met seksueel misbruik, (seksueel) grensoverschrijdend gedrag, machtsmisbruik door gevangenisbewaarders en tekortschietende medische zorg. Vertrouwelijk melding maken van deze misstanden is echter zo goed als onmogelijk, zo blijkt uit verhalen van tientallen (ex-)gedetineerde vrouwen. Ook in het vorig jaar verschenen rapport van de Inspectie Justitie en Veiligheid worden deze misstanden gesignaleerd.  

    Bureau Clara Wichmann pleit samen met vrouwen die slachtoffer zijn van deze misstanden en met Loonstein Advocaten voor erkenning van wat vrouwen is aangedaan en voor structurele verbeteringen in de vrouwengevangenissen. Vanwege de omvang en de ernst van de zaak is ook advocatenkantoor De Brauw Blackstone Westbroek (pro bono) betrokken. 

    Wij verwelkomen en onderschrijven de aanbevelingen die de Regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld doet om de veiligheid van vrouwen in detentie te garanderen. Ook wij zijn van mening dat er een cultuurverandering in de penitentiaire inrichtingen noodzakelijk is.  

    De Regeringscommissaris signaleert dat de drempels om misstanden te melden nog steeds te hoog zijn voor gedetineerde vrouwen. Het is onduidelijk waar vrouwen misstanden veilig kunnen melden en wat er vervolgens met hun meldingen gedaan wordt. Dit bleek eerder ook al uit het rapport van de Inspectie Justitie en Veiligheid, maar aan dat advies is vooralsnog geen opvolging gegeven. Wij ondersteunen de oproep van de Regeringscommissaris om dit nu met de grootste urgentie eindelijk goed te regelen.   

    Het is goed dat de Regeringscommissaris grondig onderzoek heeft gedaan. Wij zijn blij dat de Regeringscommissaris in haar rapport en de aanbevelingen, de inbreng heeft betrokken van  (ex-)gedetineerde vrouwen om de veiligheid in penitentiaire inrichtingen te verbeteren. Lilianne Ploumen, Bureau Clara Wichmann:

    “De aanbevelingen van de regeringscommissaris moeten snel worden uitgevoerd. Verbetermaatregelen kunnen niet langer wachten. We verwachten van de minister nu daadkrachtig ingrijpen om de veiligheid van vrouwen in gevangenissen te waarborgen en te voorkomen dat nog meer vrouwen slachtoffer worden van deze misstanden.”

    Johan Oosterhagen, Loonstein Advocaten:

    “Gedetineerden wachten al sinds het inspectierapport op veranderingen en hopen dat dit advies voor de minister aanleiding vormt om maatregelen in te voeren die op korte termijn zorgen voor een veilige cultuur in PI Nieuwersluis.”

     

    Rapport in de media:

    Volkskrant – Veiligheid in vrouwengevangenis ‘onvoldoende’: drie cipiers vervolgd voor aanranding en verkrachting

    RTL Nieuws – Rapport: seksueel wangedrag probleem in vrouwengevangenissen