Categorie: Zelfbeschikking

  • Staat gaat excuses maken voor historisch onrecht ‘Afstandsmoeders’ en afgestanen

    Amsterdam, 13 april 2026

    De Nederlandse Staat streeft ernaar nog voor de zomer excuses te maken voor haar rol in het leed van de duizenden ‘afstandsmoeders’ en de kinderen (afgestanen) die zij onder dwang af moesten staan ter adoptie. Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid Claudia van Bruggen erkent dat er sprake is geweest van groot onrecht en dat de gebeurtenissen rondom gedwongen afstand nooit had mogen plaatsvinden.

    Tussen 1956 en 1984 moesten duizenden ongehuwde meisjes en vrouwen onder druk hun kind afgestaan ter adoptie. In veel gevallen was er sprake van dwang vanuit instanties, religieuze instellingen of familie, zonder dat zij goed geïnformeerd werden over hun rechten en werd op afstand ter adoptie aangestuurd. Hierbij werd levenslange schade toegebracht bij moeders en afgestanen. De samenleving, overheidsinstanties en particuliere instellingen stigmatiseerden ongehuwde zwangere meisjes en vrouwen. Deze meisjes en vrouwen kwamen terecht in een systeem dat hen bij voorbaat diskwalificeerde als moeders en hun onvolledig, danwel onjuist voorlichtte en het recht ontnam om voor hun kinderen te kunnen zorgen. Zowel bij de moeders als bij de afgestanen heeft dit voor veel leed gezorgd en zij ondervinden tot op de dag hier de gevolgen van.

    “Dit leed is mede veroorzaakt door het handelen en tekortschieten van de overheid en instanties die onder haar verantwoordelijkheid vielen,” zegt Ellen Venhuizen, voorzitter van stichting De Nederlandse Afstandsmoeder. “Zo werden moeders onder druk gezet om zogeheten ‘afstandsverklaringen’ te tekenen, die achteraf geen wettelijke basis bleken te hebben. Excuses vanuit de Staat zouden een erkenning moeten bevatten deze onwettige praktijken.

    Startpunt voor herstel

    Na jarenlange strijd, waaronder een rechtszaak gevoerd door Trudy Scheele-Gertsen en Bureau Clara Wichmann, is er groot nieuws: de Staat wil nog voor de zomer excuses maken voor het aangedanen leed in de poging een proces van herstel te starten. “Deze excuses kunnen het begin inleiden van een proces van herstel, maar moeten wel handen en voeten krijgen door het bieden van herstelmaatregelen,” zegt hoofd strategische rechtszaken Linde Bryk van Bureau Clara Wichmann.

    “De archieven moeten opengesteld worden voor slachtoffers die tot op de dag van vandaag hun dossiers niet volledig in mogen zien, terugdraaiing van adoptie moet mogelijk gemaakt worden, en evenals naamsverandering,” zegt Frans Haven, voorzitter van stichting Verleden in Zicht die opkomt voor de afgestanen. “De excuses moet opgevolgd worden met daden, beginnend met het bieden aan slachtoffers van de vrijheid om hun eigen geschiedenis te kennen.”

  • Reclame Code Commissie: anti-abortus folders van Kies Leven zijn misleidend

    Amsterdam, 19 november 2025

    De Reclame Code Commissie (RCC) heeft vastgesteld dat de door Kies Leven bij huisartsen verspreide folders over de abortuspil in strijd zijn met de Nederlandse Reclame Code. Door foutieve informatie te presenteren als neutrale medische informatie afkomstig van “je huisarts” is volgens de RCC onduidelijk dat het om reclame gaat en blijft de afzender van deze reclame buiten beeld. Bovendien stelt de RCC vast dat de inhoud van de folders niet in lijn is met de waarheid en appelleert aan gevoelens van angst.

    De uitspraak volgt op een gezamenlijke klacht van Bureau Clara Wichmann, de Expertgroep Seksuele Gezondheid van het Nederlands Huisartsen Genootschap, Stichting Fiom, Women’s Link Worldwide en huisarts Peter Leusink. De RCC geeft de klagers op de hoofdpunten gelijk en adviseert Kies Leven om in de toekomst niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

    Misleiding in de spreekkamer 

    Anti-abortusorganisatie Kies Leven stuurde de folders begin dit jaar op grote schaal ongevraagd naar huisartsen, met het verzoek deze in de wachtkamer te leggen. De vormgeving en ondertekening van de folders wekt de indruk dat de informatie afkomstig is van de huisarts zelf, en niet van de anti-abortusorganisatie. Daarmee is de campagne volgens de Commissie in strijd met de regels die moeten voorkomen dat burgers ideologisch of commercieel worden beïnvloed zonder dat zij dat beseffen.

    “Dit is een enorme overwinning in de strijd tegen misleidende informatie over abortus,” volgens Lilianne Ploumen van Bureau Clara Wichmann. “Deze uitspraak laat zien dat anti-choice organisaties niet onder valse vlag desinformatie mogen verspreiden”.

    Huisartsen gewaarschuwd 

    De partijen die de klacht hebben ingediend, roepen huisartsen op om alert te zijn op materialen van organisaties als Kies Leven. “De wachtkamer is geen plek voor politieke of religieuze beïnvloeding,” zegt Peter Leusink, huisarts en arts-seksuoloog. “Patiënten moeten erop kunnen vertrouwen dat de informatie die ze daar vinden medisch betrouwbaar en neutraal is. Het misbruiken van de goede naam van huisartsen voor het verspreiden van ideologische boodschappen moet niet toelaatbaar zijn.”

    Bureau Clara Wichmann beschouwt deze uitspraak als een waarschuwing aan anti-abortusorganisaties zoals Kies Leven om in de toekomst niet meer dit soort misleidende tactieken te gebruiken. Wij verwachten dan ook dat deze folders waar mogelijk teruggetrokken worden en niet verder verspreid zullen worden.

    Abortus is zorg 

    De uitspraak vestigt de aandacht op de manier waarop anti-abortusgroepen onder valse voorwendselen informatie verspreiden. Zo maken ze wereldwijd steeds vaker gebruik van desinformatie en misleidende reclame om de autonomie en toegang tot reproductieve rechten voor zwangere mensen te beperken. Deze tactieken vormen een bedreiging voor de rechten van patiënten en het recht van vrouwen op abortuszorg. In een tijd waarin online en offline desinformatie hoogtij viert, roepen de klagers op om ervoor te zorgen dat de informatie over abortus betrouwbaar en wetenschappelijk onderbouwd is, zodat mensen weloverwogen beslissingen kunnen nemen.

    “Bij een ongewenste zwangerschap draait het om wat de zwangere persoon nodig heeft,” zegt Daphne Latour van expertisecentrum FIOM. “Om een eigen keuze te maken, is het belangrijk dat je toegang hebt tot niet-sturende informatie. Alleen als duidelijk is wie de afzender is, kan iemand beoordelen of informatie betrouwbaar is.” Nieuw onderzoek van Ipsos laat zien dat de overgrote meerderheid (75%) van Nederlanders vindt dat abortus medische zorg is en slechts een klein deel (7%) van Nederlanders abortus als een politieke kwestie ziet. “Het is belangrijk dat betrouwbare informatie over abortus centraal staat,” zegt advocaat Otto Volgenant. “Ideologische meningen over deze zorg horen zich niet te vermommen als feiten.”

  • Vrouwen met dubbele nationaliteit die in Nederland scheiden stuiten op dure drempel bij terugkeer naar geboortenaam 

    Veel vrouwen verhuizen samen met hun gezin naar Nederland. Zij krijgen dan voor het eerst de Nederlandse nationaliteit en een Nederlands paspoort (“naturalisatie”). Zij kiezen er dan vaak voor om hun gehuwde naam in hun nieuwe Nederlandse paspoort te zetten. Dit is een logische keuze, maar kan een probleem opleveren indien een echtscheiding volgt. 

    Dit probleem geldt vooral voor vrouwen met een dubbele nationaliteit die in het buitenland getrouwd zijn, maar in Nederland scheiden nadat zij door middel van hun naturalisatie (ook) de Nederlandse nationaliteit hebben verkregen.* Deze vrouwen moeten hoge vergoedingen (‘leges’) betalen om na de scheiding niet langer de getrouwde naam (van hun ex-man), maar de geboortenaam (hun eigen familienaam) in het Nederlandse paspoort te krijgen. 

    Bureau Clara Wichmann vindt dit onrechtvaardig. Daarom ondersteunde het Bureau de zaak van een vrouw die na haar echtscheiding haar Turkse geboortenaam in haar Nederlandse paspoort wilde krijgen. De hoge leges, die meer dan 800 Euro waren, hielden haar tegen. De zaak komt uiteindelijk voor bij het VN-Vrouwenrechtencomité (het “CEDAW“). 

    Het CEDAW oordeelt op 17 februari 2025 dat de leges vrouwen ten opzichte van mannen ongelijk benadelen. Hoewel de regelgeving voor mannen en vrouwen geldt, zijn het in feite (bijna) alleen vrouwen met een dubbele nationaliteit die hierdoor worden geraakt. Volgens het CEDAW moet de Nederlandse Staat binnen zes maanden vanaf de CEDAW-uitspraak, dus voor 17 augustus 2025, aan het CEDAW rapporteren welke maatregelen hij neemt om deze benadeling op te lossen. 

    Bureau Clara Wichmann houdt dit proces nauwlettend in de gaten. Inmiddels is het proces ook door de Staat in gang gezet. Er zijn op dit moment echter nog geen wijzigingen in de wet doorgevoerd. Dat betekent dat vrouwen die hun geboortenaam willen terugkrijgen voorlopig nog steeds dezelfde hoge leges moeten betalen. Het gaat om de zogenoemde ‘tussentijd’: de periode waarin veranderingen op komst zijn, maar aanpassingen nog geen realiteit zijn. Wil je advies over het (terug)veranderen van je achternaam? Identificeer je je daarnaast als vrouw en woon, werk of studeer je in Amsterdam? Neem dan contact op met Vrouwenrechtswinkel Amsterdam. 

    *Het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit wordt naturalisatie genoemd. Lees meer over naturalisatie op de website van de Immigratie- en Naturalisatiedienst.  

  • Bureau Clara Wichmann roept minister Uitermark op tot actie tegen uitsluiting vrouwen van passief kiesrecht door SGP

    PERSBERICHT

    Amsterdam, 3 juli 2025 – Bureau Clara Wichmann roept via een brief van haar advocaat Stibbe, minister Uitermark van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op tot actie omdat nog altijd niet is geborgd dat vrouwen binnen de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) feitelijk toegang hebben tot het passief kiesrecht — het recht om verkozen te worden. In de brief wordt de minister verzocht om met spoed aan te geven welke maatregelen zij zal treffen om te voorkomen dat vrouwen op onrechtmatige gronden van kandidaatstelling worden uitgesloten. Het recht om je verkiesbaar te stellen is een recht voor iedereen.  

    De Hoge Raad oordeelde in 2010 dat het Gerechtshof Den Haag terecht tot het oordeel is gekomen dat de Staat gehouden is om maatregelen te nemen die er daadwerkelijk toe leiden dat de SGP het passief kiesrecht aan vrouwen toekent. De SGP weigert haar Program van Beginselen aan te passen, waarin nog altijd staat dat het ‘strijdig is met de roeping van de vrouw’ om zitting te nemen in politieke organen. Tijdens de algemene ledenvergadering van de SGP op 24 mei 2025 werd een motie om deze bepaling te schrappen verworpen. Voor de Tweede Kamerverkiezingen op 29 oktober 2025 heeft een vrouw zich publiekelijk gekandideerd voor een plaats op de kieslijst van de SGP. Daarmee zijn urgente maatregelen door de minister noodzakelijk nu de SGP haar Program van Beginselen niet heeft aangepast.

    “Het recht om je verkiesbaar te stellen is een recht voor iedereen dus ook voor vrouwen binnen SGP”, aldus Bureau Clara Wichmann. “Juist nu er een vrouwelijke kandidaat is voor de kieslijst van de SGP is het van belang dat de Staat optreedt en naleving van het arrest van de Hoge Raad waarborgt.”

    Anna Collignon van Stibbe zegt: ‘‘Het is de taak van de Staat om de grondrechten van alle burgers, waaronder vrouwen, te waarborgen. Het ontbreken van daadwerkelijk effectieve maatregelen kan ervoor zorgen dat de huidige landelijke kandidaatstelling binnen de SGP op onjuiste gronden wordt tegengehouden. Het is nu aan de minister om te laten zien dat de Staat het arrest van de Hoge Raad naleeft.”

     

  • Commissie-De Winter erkent onrecht bij gedwongen afstand bij adoptie tussen 1956-1984, een aanbeveling tot formele excuses door de Staat blijft uit

    De Commissie Onderzoek Binnenlandse Afstand en Adoptie heeft onderzocht hoe tussen 1956 en 1984 duizenden ongehuwde moeders in Nederland onder druk afstand moesten doen van hun kind. In het rapport Schade door schande beschrijft commissie-De Winter haar bevindingen en doet zij aanbevelingen. Een aanbeveling tot formele excuses namens de Staat blijft daarin uit. 

    Het rapport is een waardevol historisch document omdat het bevestigt wat de moeders en afgestanen al jaren zeggen. Namelijk: dat sprake is geweest van onrecht dat tot op de dag van vandaag leed veroorzaakt. De Commissie heeft met vele moeders, afgestanen, adoptieouders en andere betrokkenen gesproken. Hun ervaringen zijn in het rapport gedocumenteerd en hun verhalen maken opnieuw diepe indruk.  

    Des te teleurstellender is het dat een aanbeveling voor excuses aan moeders, afgestanen, vaders en andere betrokkenen in zijn geheel ontbreekt. De Nederlandse overheid is tekortgeschoten door jarenlang weg te kijken van de wijze waarop ongehuwde moeders tot afstand werden bewogen. Als het “onrecht van elke pagina afspat“, zoals De Winter constateert, liggen excuses voor de hand. 

    Het ontbreken van een aanbeveling tot formele excuses in het rapport wordt ‘gerechtvaardigd’ met het argument dat de verantwoordelijkheid voor het ontstane leed bij de samenleving ligt, bij iedereen. In de conclusies wordt de oorzaak van het leed omschreven als een ‘perfecte storm’ van maatschappelijke normen en instituties. Daarbij blijven de actieve rol en zorgplicht van de Staat, alsook de specifieke taken en bevoegdheden van de Raad voor de Kinderbescherming, buiten beeld. Onterecht. 

    Het handelen van de Staat 

    De Staat heeft namelijk jarenlang nagelaten om de wirwar van organisaties die onder haar toezicht vielen te controleren. Ook toentertijd gold het wettelijke uitgangspunt  dat het afstaan van kinderen voor adoptie vrijwillig dient te gebeuren. De Staat diende dat uitgangspunt te bewaken. Onder haar toezicht kon de Raad voor de Kinderbescherming echter jarenlang een dwingend beleid voeren dat loodrecht op dit uitgangspunt stond. Afstand vond, eveneens onder toezicht van de Staat, geregeld op een onethische manier plaats: als gevolg van onvolledige of zelfs misleidende informatie, morele druk en sociale taboes. Tot op de dag van vandaag is bovendien sprake van gebrekkige archivering en is er geen transparantie in de documentatie. 

    Het rapport volstaat met de conclusie dat de verantwoordelijkheid voor de gedwongen afstand ligt bij de overheid en maatschappij. Bij iedereen, en daardoor dus feitelijk bij niemand. Dat dient niet te worden aanvaard. De maatschappelijke moraal en andere actoren speelden onmiskenbaar een rol in de gedwongen afstand. Maar dat ontslaat de Staat niet van haar eigen verantwoordelijkheid — zoals in de aanbevelingen nu wel lijkt te gebeuren. Zeker niet gelet op de taak en het mandaat van de Staat. Juist omdat de tijdgeest zo bekrompen en hardvochtig was diende de Staat zich in te spannen om jonge zwangere vrouwen in staat te stellen hun eigen keuze te maken. Niet die van hun ouders, de kerk en de buren.  

    Blik voorwaarts 

    Het is belangrijk om hoop te houden. De aanbevelingen van de Commissie om het thema ‘afstand’ op te nemen in de Canon van Nederland en het toevoegen van een moederbrief aan adoptiedossiers vormen een voorzichtige start. Bureau Clara Wichmann (BCW), Stichting De Nederlandse Afstandsmoeders (DNA) en Verleden in Zicht (ViZ) roepen de Staatssecretaris echter ook met klem op om, naast de erkenning van het leed, uitdrukkelijk de actieve rol van de Staat te erkennen en daarvoor excuses aan te bieden. Zij brengen in dat kader nogmaals de brief van de VN Special Rapporteurs onder de aandacht. Hierin wordt de Staat expliciet aangesproken op (het ontbreken van erkenning van) haar rol in de gedwongen afstand.  

    Wij moedigen de Staatssecretaris aan om de door hem uitgesproken erkenning van het leed kracht bij te zetten met vervolgacties die bijdragen aan erkenning, herstel en preventie. Zij gaan daarom ook graag op korte termijn in op zijn uitnodiging om met betrokkenen te spreken. BCW, DNA en ViZ onderstrepen echter dat het tijd is voor meer dan dialoog. Het is tijd voor erkenning, excuses en herstel. Dit heeft al veel te lang geduurd. 

  • Tweede Kamer erkent unaniem onrecht aangedaan aan Afstandsmoeders en afgestane kinderen

    Den Haag, 8 april 2025 – Unaniem heeft de Tweede Kamer vandaag een belangrijke motie aangenomen waarin het onrecht dat duizenden ongehuwde moeders en afgestane kinderen werd aangedaan tussen 1956 en 1984, officieel wordt erkend. De motie, ingediend door Michiel van Nispen (SP) en medeondertekend door onder meer VVD-Kamerlid Michon, constateert dat erkenning en herstel voor de moeders en kinderen is vooruitgeschoven terwijl haast is geboden gelet op de leeftijd van de moeders.

    De unanieme steun vanuit het parlement is een belangrijke symbolische stap in de richting van gerechtigheid en erkenning voor de betrokken vrouwen en kinderen, zeker na de teleurstellende uitspraak van het Gerechtshof Den Haag in maart, waarin onder meer de vordering tegen de Nederlandse Staat als verjaard werd beschouwd. Met deze motie erkent de volksvertegenwoordiging het morele en maatschappelijke onrecht.

    “Deze erkenning is de eerste stap naar nationaal excuus en start van herstelmaatregelen voor dit intergenerationeel trauma,” aldus Ellen Venhuizen, vertegenwoordiger van Stichting De Nederlandse Afstandsmoeder.

    Barbalique Peters van Stichting Verleden in Zicht, de stichting die de belangen behartigt van Nederlandse afgestanen en binnenlands geadopteerden, zegt hierover: “De aanname van de motie is een historische gebeurtenis. Na meer dan 60 jaar misstanden bij binnenlandse afstand en adoptie is er erkenning door de Tweede Kamer, het hoogste staatsrechtelijke orgaan van Nederland. Wij zien het als een opmaat naar herstelmaatregelen.”

    Linde Bryk, hoofd strategische rechtszaken Bureau Clara Wichmann, voegt hieraan toe: “In landen als Australië, Ierland en Schotland, waar net zoals in Nederland ongehuwde moeders structureel tegen hun wil afstand deden van hun kinderen ter adoptie, hebben overheden al publiekelijk excuses aangeboden. Dat het parlement in Nederland nu eindelijk het onrecht erkent, is een belangrijke stap en zou moeten leiden tot nationale excuses en herstelmaatregelen door de regering.”

    Eind juni wordt het rapport van de Onderzoekscommissie Binnenlandse Afstand en Adoptie verwacht. Het is nog onduidelijk in hoeverre het rapport ingaat op de rol van de Staat bij de binnenlandse adopties en welke aanbevelingen zullen worden gedaan.

    Achtergrond

    Tussen 1956 en 1984 hebben duizenden ongehuwde moeders, onder druk hun kind afgestaan ter adoptie. In veel gevallen was er sprake van druk of dwang vanuit instanties, religieuze instellingen of familie, zonder dat zij goed geïnformeerd werden over hun rechten en werd op afstand ter adoptie aangestuurd. Ongehuwde moeders werden structureel gediscrimineerd. Zowel bij de moeders als bij de afgestane kinderen heeft dit voor veel leed gezorgd en zij ondervinden tot op de dag hier de gevolgen van.

    In 2020 startten Bureau Clara Wichmann en Trudy Scheele-Gertsen, gesteund door Stichting De Nederlandse Afstandsmoeder, een rechtszaak tegen de Staat om onder meer gerechtigheid voor de moeders te bewerkstelligen. Het gerechtshof heeft in maart 2025 uitspraak gedaan. Partijen beraden zich nog op juridische vervolgstappen.

    EINDE PERSBERICHT | Noot voor redactie (niet voor publicatie) 

    Voor meer informatie en interviewverzoeken kunt u contact opnemen met
    Bureau Clara Wichmann:

    Jo-Ann Dawson, Persvoorlichter
    T: 06-18359452
    E: jdawson@nieuw.clara-wichmann.nl

    Dit persbericht is opgesteld door Bureau Clara Wichmann, Stichting De Nederlandse Afstandsmoeders en Verleden in Zicht. 

  • Tweede Kamer stemt morgen over motie erkenning afstandsmoeders en openstelling adoptiedossier

    Op 3 april is een motie ingediend door Michiel van Nispen (SP) en medeondertekend door onder meer VVD-Kamerlid Ingrid Michon. De motie vraagt om erkenning van het verlies, het leed en het onrecht dat duizenden ongehuwde moeders en afgestane kinderen is aangedaan.

    De motie benoemt niet alleen het verlies en het levenslange leed, maar constateert ook dat naast de druk die op de ongehuwde moeders werd gelegd door de maatschappij, ook de Staat een rol heeft gespeeld in de binnenlandse afstand en adoptie.

    Daarnaast dringt een tweede motie aan op concrete stappen:

    • maak adoptiedossiers toegankelijk voor de betrokkenen;
    • geef moeders de kans om hun stem toe te voegen met een ‘brief van je moeder’;
    • breng de Fiom-dossiers onder bij het Nationaal Archief.

    Morgen, dinsdag 8 april, tussen 15:00 en 16:00 stemt de Tweede Kamer.

    Lees de motie

  • CEDAW Comité concludeert Staat discrimineert in Turkse Meisjesnaam zaak

    Wij vinden dat vrouwen te allen tijde hun achternaam moeten kunnen behouden. Daarom ondersteunt het Bureau een zaak van een vrouw die na haar echtscheiding haar Turkse meisjesnaam probeert terug te krijgen, maar door hoge leges, meer dan 800 euro, werd tegengehouden. Nadat zij alle nationale rechtsmiddelen had uitgeput, wendde de vrouw zich tot het CEDAW Comité* dat toeziet op de naleving van het VN-Vrouwenverdrag.

    Op 17 februari 2025 concludeerde het CEDAW Comité dat er sprake is van indirecte discriminatie doordat de Staat van de vrouw leges vraagt die aanzienlijk hoog zijn in het licht van haar sociaaleconomische situatie en die voor haar een obstakel vormen om de procedure voor het terugkrijgen van haar geboortenaam na echtscheiding af te ronden. Hierdoor heeft volgens het CEDAW Comité de Nederlandse Staat haar verplichtingen onder artikel 16, lid 1, onder g), van het VN-Vrouwenverdrag geschonden.

    Het CEDAW Comité overwoog verder dat discriminatie op grond van geslacht en sekse onlosmakelijk is verbonden met andere factoren die van invloed zijn op vrouwen, zoals ras, etniciteit, godsdienst of overtuiging, gezondheid, status, leeftijd, klasse, kaste en seksuele geaardheid en genderidentiteit. Discriminatie op grond van geslacht of sekse kan vrouwen die tot deze groepen behoren in een andere mate of op een andere manier treffen dan mannen. Staten die Partij zijn bij het Verdrag moeten volgens CEDAW dergelijke vormen van discriminatie die elkaar kruisen en de negatieve impact ervan op de betrokken vrouwen wettelijk erkennen en verbieden. Specifiek ten aanzien van dit geval merkt het CEDAW Comité op dat bepaalde groepen vrouwen, met name vrouwen met een andere nationaliteit dan de Nederlandse, in het bijzonder worden getroffen als gevolg van het snijvlak van sekse, migratieachtergrond en sociaaleconomische status.  

    Voor de vrouw houdt dit in dat, volgens het CEDAW Comité, de Staat haar moet compenseren voor de gemaakte juridische kosten en geleden immateriële schade en haar in staat moet stellen haar geboortenaam te herkrijgen zonder hiervoor leges te heffen.

    Daarnaast doet het CEDAW Comité een drietal algemene aanbevelingen aan de Staat onder meer om de belemmeringen, zoals leges, voor vrouwen weg te nemen bij het herkrijgen van hun geboortenaam.  

    Bureau Clara Wichmann zal contact opnemen met de Staat zodat deze aanbevelingen worden opgevolgd. 

    * Het Comité voor de Uitbanning van Discriminatie tegen Vrouwen (CEDAW) is het orgaan van onafhankelijke experts dat toezicht houdt op de implementatie van het Verdrag inzake de Uitbanning van Alle Vormen van Discriminatie tegen Vrouwen . Het CEDAW-comité bestaat uit 23 experts op het gebied van vrouwenrechten van over de hele wereld.

    Lees alles over de zaak
  • Persbericht: Hof Den Haag: Vordering Afstandsmoeders tegen de Staat verjaard

    Voor meer informatie en interviewverzoeken kunt u contact opnemen met Jo-Ann Dawson, Persvoorlichter via 06-18359452 of jdawson@nieuw.clara-wichmann.nl

    Den Haag, 13 maart 2025 – Vandaag heeft het Gerechtshof Den Haag geoordeeld dat de vordering die Trudy Scheele-Gertsen en Bureau Clara Wichmann tegen de Nederlandse Staat hebben ingesteld wegens gedwongen afstand ter adoptie van duizenden kinderen tussen 1956 en 1984, wordt afgewezen. Ten aanzien van mevrouw Scheele-Gertsen was dit het geval, omdat haar vordering is verjaard. Ten aanzien van Bureau Clara Wichmann oordeelde het Hof dat zij niet ontvankelijk is, omdat er te veel verschillen bestaan tussen de verschillende moeders voor wie zij opkomt. Voor de betrokken moeders en kinderen, die jarenlang hebben gestreden voor erkenning en gerechtigheid, is dit een zware teleurstelling. De uitspraak in deze zaak betekent dat het Hof geen uitspraak doet over de vraag of de Staat juridisch aansprakelijk is. Het Hof benadrukte de noodzaak dat de Staat in gesprek gaat met de belangenorganisaties en dit voortvarend en zorgvuldig doet. 

    Trudy Scheele-Gertsen, die de zaak naar de rechter bracht, reageerde:

    “De uitspraak is teleurstellend. De Staat heeft zijn verantwoordelijkheid tot nu toe niet genomen en weg gekeken van het verleden. Tot nu toe heeft de Staat zich ook buiten de rechtszaal afhoudend opgesteld in de gesprekken met moeders en kinderen. Dat moet nu veranderen.”

    Een vergeten geschiedenis
    In het verleden hing er een sterk sociaal stigma rond ongehuwde moeders. Vanaf de jaren ‘60 veranderde de werkwijze in bestaande instellingen, waar veel ongehuwde moeders werden ondergebracht, van steun aan ongehuwde moeders naar druk om afstand te doen van hun kind. De Raad voor de Kinderbescherming nam vervolgens de juridische stappen om moeder en kind ook daadwerkelijk te scheiden, terwijl essentiële informatie over hun rechten of mogelijke financiële steun achterwege werd gelaten. 

    De gevolgen voor zowel de moeders als hun kinderen waren ingrijpend en werken intergenerationeel door. Moeders hebben levenslange trauma’s overgehouden aan het verlies van hun kind en veel kinderen groeiden op zonder kennis van hun biologische afkomst, vaak met psychosociale gevolgen. 

    Ondanks de rol van de Staat in deze pijnlijke geschiedenis, heeft het Hof onder meer vandaag geoordeeld dat de vordering is verjaard. Het Hof komt daarom niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de zaak. 

    Nederland blijft achter bij internationale erkenning
    Andere landen hebben eerder verantwoordelijkheid erkend voor vergelijkbare schendingen. Australië bood in 2013 excuses aan voor gedwongen afstand, gevolgd door Ierland in 2021 en Schotland in 2023. In deze landen werd erkend dat vrouwen onder grote maatschappelijke en institutionele druk hun kind moesten afstaan en dat overheidsinstanties daarbij een faciliterende rol speelden. 

    Advocaat Lisa-Marie Komp van Prakken d’Oliveira, die Trudy Scheele-Gertsen en Bureau Clara Wichmann vertegenwoordigt, benadrukt het contrast:

    “In andere landen is erkend dat overheidsinstanties hebben bijgedragen aan systematisch onrecht. Daar hebben lange trajecten uiteindelijk geleid tot formele excuses van de Staat. Dit oordeel doet niet af aan de rol die de Staat heeft gespeeld bij gedwongen afstand. Het Hof heeft de Staat heel duidelijk opgeroepen om voortvarend en zorgvuldig met de betrokken vrouwen in gesprek te gaan. Het is nu aan de Staat om zijn rol in dit verleden en het leed van de vrouwen te erkennen.”

    Jeltje Straatman, advocaat bij Stibbe die Bureau Clara Wichmann vertegenwoordigt in deze zaak, vult aan:

    “Het is absoluut teleurstellend dat de vordering van mevrouw Scheele-Gertsen op verjaring wordt afgedaan. Zeker nu het de uitdrukkelijke wens van de meerderheid van de Tweede Kamer was dat de Staat geen beroep op verjaring zou doen in zaken als deze. Ook het oordeel van het Hof over de vordering van Bureau Clara Wichmann is verrassend. Daar waar het Hof de nadruk legt op de verschillen tussen de moeders, zien wij juist een gemene deler in al hun verhalen en dossiers.“

    De strijd is nog niet voorbij
    “Bureau Clara Wichmann blijft zich inzetten voor gerechtigheid voor deze moeders, ondanks deze juridische tegenslag. De pijn en gevolgen van deze geschiedenis zijn nog altijd voelbaar bij duizenden moeders en kinderen,” zegt Linde Bryk, hoofd strategische rechtszaken bij Bureau Clara Wichmann. “Wij zullen de Staat dan ook verzoeken om met ons, de moeders en de kinderen aan tafel te gaan zitten om erkenning en herstelmaatregelen te bespreken, zodat de Staat alsnog zijn verantwoordelijkheid kan nemen.” 

    Trudy Scheele-Gertsen en Bureau Clara Wichmann beraden zich op juridische vervolgstappen.

    13 maart – Bureau Clara Wichmann, vertegenwoordigers in de zaak, Trudy Scheele-Gertsen, Ellen Venhuizen en andere betrokken moeders bij het Gerechtshof Den Haag.

    EINDE PERSBERICHT | Noot voor redactie (niet voor publicatie) 

    Voor meer informatie en interviewverzoeken kunt u contact opnemen met
    Bureau Clara Wichmann:

    Jo-Ann Dawson, Persvoorlichter
    T: 06-18359452
    E: jdawson@nieuw.clara-wichmann.nl 

  • Juridische strijd voor gecombineerde achternaam bij kinderen

    De nieuwe Wet Introductie Gecombineerde Geslachtsnaam (WIGG) stelt ouders in staat hun kind een gecombineerde achternaam te geven. Dit is een positieve ontwikkeling. Toch heeft de wet ook een discriminerende werking, laat genderstereotypering in stand en treft voornamelijk vrouwen. Daarom stapt Rebecca naar de rechter. Bureau Clara Wichmann ondersteunt deze rechtszaak. 

    Rebecca: “Een achternaam vertelt het verhaal van waar je vandaan komt. Door een gecombineerde achternaam geven we onze dochter niet alleen haar identiteit, maar ook de trots en verbinding van beide families – een symbool van gelijkwaardigheid en eenheid.”

    De problematiek is drieledig: de wet vereist instemming van de andere ouder, de wet borduurt voort op een systeem waarbij voornamelijk de achternaam van de vader werd doorgegeven, waardoor moeders nu benadeeld worden en de wet gaat uit van genderstereotypen die in strijd zijn met het VN-Vrouwenverdrag. 

    Wet Introductie Gecombineerde Achternaam 

    Op 1 januari 2024 is de WIGG in werking getreden. Met deze wet kunnen ouders aan hun kind, dat geboren is op of na 1 januari 2024, een gecombineerde achternaam geven. Een gecombineerde achternaam omvat zowel de achternaam van de vader als de moeder. Voor kinderen die geboren zijn tussen 1 januari 2016 en 1 januari 2024 kunnen ouders gebruikmaken van een overgangsregeling waardoor de kinderen met terugwerkende kracht een gecombineerde achternaam krijgen. Ouders kunnen gebruikmaken van deze overgangsregeling tot 1 januari 2025.  

    Waarom wij deze rechtszaken ondersteunen: de problematiek 

    1. Instemming andere ouder is noodzakelijk

    De WIGG biedt geen mogelijkheid voor een ouder om zijn of haar achternaam toe te voegen aan die van het kind, als de andere ouder niet instemt. Dit leidt in veel situaties waarin ouders niet langer een relatie hebben tot een impasse. Immers, in die situatie staat de ouder vaak niet meer open tot het toevoegen van de achternaam van de ander. Dit treft voornamelijk vrouwen, omdat vanuit eerdere wetgeving bij huwelijk of geregistreerd partnerschap het kind de achternaam van de vader kreeg en bij ongehuwd zijn vaak, uit traditie, de achternaam van de vader werd gekozen.

    2. Discriminatie

    De wet zorgt ervoor dat vrouwen, wanneer ze getrouwd zijn of een geregistreerd partnerschap hebben, in de praktijk hun achternaam niet aan hun kind kunnen doorgeven zonder toestemming van de vader. Dit is in strijd met het verbod op discriminatie. Dit verbod is neergelegd in meerdere internationale verdragen, waaronder artikel 8 en 14 EVRM, artikel 26 IVBPR, en artikel 1, 2 en 16 van het VN-Vrouwenverdrag.  

    Daarnaast is in gevallen waarin ouders niet getrouwd waren of een geregistreerd partnerschap hadden, vaak ook voor de achternaam van de vader gekozen. Ook voor deze moeders is het niet mogelijk om hun achternaam zonder toestemming van de vader alsnog toe te voegen. De wet voorziet niet in een mogelijkheid om in dit geval vervangende toestemming bij de rechter te vragen. Hierdoor wordt er geen effectief rechtsmiddel geboden, zoals artikel 13 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens vereist. 

    3. Genderstereotypering  

    Ouders kunnen hun kind alleen een gecombineerde achternaam geven als beide ouders hiervoor toestemming geven. Zonder gezamenlijke toestemming is de “vangnetnorm” van toepassing. Deze vangnetnorm bepaalt dat wanneer ouders geen keuze maken, het kind standaard de achternaam krijgt van ofwel de vader (bij huwelijk of geregistreerd partnerschap van ouders) ofwel de moeder (buiten huwelijk of geregistreerd partnerschap). Deze standaard berust op genderstereotypen over de traditionele rol van mannen en vrouwen binnen het gezin. Dit is volgens Bureau Clara Wichmann in strijd met artikel 5 van het VN-Vrouwenverdrag.  

     

    Deadline 1 januari 2025 bij wens toevoegen achternaam kind 

    Let op! Als (een van jouw) kind(eren) is geboren tussen 1 januari 2016 en voor 1 januari 2024 en jij wilt graag jouw achternaam aan de achternaam van jouw kind toevoegen, neem dan actie vóór 1 januari 2025. Zie de artikelen op Justis* en Rijksoverheid voor meer informatie. Als de andere ouder geen toestemming geeft, kun je een verzoekschrift indienen bij de rechter. Doe dit voor 1 januari 2025. Raadpleeg hiervoor een advocaat. Zoals aangegeven ondersteunt Bureau Clara Wichmann een rechtszaak op dit onderwerp. Wij staan dan ook open om met jouw advocaat ons juridisch onderzoek te delen om zo je zaak verder te sterken. Vraag hiervoor jouw advocaat contact met ons op te nemen via info@nieuw.clara-wichmann.nl.

    Ondervind je problemen met het toevoegen van je achternaam bij die van je kind(eren)? Bureau Clara Wichmann roept vrouwen op hun verhaal te delen, hiermee hopen we onder meer een verlenging van de overgangsregeling te bewerkstelligen en gelijkwaardigere wetgeving op dit vlak. Lees meer en deel je verhaal.