Auteur: santi

  • Compensatie voor 20.000 vrouwelijke ondernemers met kind

    Na een jarenlange juridische strijd van de FNV, Vrouw en Recht en Clara Wichmann, heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) vandaag besloten dat vrouwelijke zelfstandigen die tussen 7 mei 2005 en 4 juni 2008 zijn bevallen, alsnog een beroep kunnen doen op een compensatie die circa 5.600 euro per persoon zal bedragen. Dit heeft Minister Asscher van SZW vandaag laten weten aan de Eerste en Tweede Kamer. Het UWV zal de regeling gaan uitvoeren.

    Irene van Hest van FNV Zelfstandigen: ‘Deze uitkomst laat het belang zien van onze vakbeweging. Alleen met de steun van onze leden kunnen wij dit werk doen. Ik ben opgelucht dat er nu een definitieve regeling komt voor alle vrouwen.’  Leontine Bijleveld van de Vereniging Vrouwen en Recht vult aan: ‘Zo meteen kunnen naar schatting 20.000 vrouwen in aanmerking komen voor de regeling, dat is een geweldige overwinning.’ Zodra de regeling is gepubliceerd, hebben de vrouwen drie maanden de tijd om een aanvraag in te dienen.

    Zelfstandigen, beroepsbeoefenaren en meewerkende echtgenotes die tussen 7 mei 2005 en 4 juni 2008 zijn bevallen, krijgen recht op compensatie. Anniek de Ruijter, voorzitter Clara Wichmann: ‘We zijn echt ontzettend blij met deze uitkomst. De compensatie gaat ongeveer 5.600 euro bedragen en dat is niet niks.’ Het bedrag komt overeen met de gemiddelde uitkering die bevallen zelfstandigen in 2016 hebben gekregen.

     

  • Gerechtigheid voor zwangere zelfstandige

    Na jaren juridische strijd gerechtigheid voor zwangere zelfstandige

    Zelfstandig werkende vrouwen die tussen augustus 2004 en juni 2008 een kind kregen, moeten alsnog een uitkering ontvangen voor de 16 weken rond de bevalling. Dat is het oordeel van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) op donderdag 27 juli 2017 in een tussenuitspraak. De consequentie is dat alle zelfstandig werkende en meewerkende vrouwen (zo’n 17.000) die in deze periode een kind hebben gekregen, alsnog in de toekomst een uitkering kunnen aanvragen bij het UWV. De Raad heeft het UWV 16 weken de gelegenheid gegeven om de uitspraak uit te voeren. Daarna zal de CRvB de zaak opnieuw beoordelen.

    Tot 1 augustus 2004 konden zwangere zelfstandigen een zwangerschapsuitkering krijgen. Daarna is deze regeling geschrapt. Pas in juni 2008 werd een nieuwe voorziening opgenomen in de Wet Arbeid en Zorg, maar zonder terugwerkende kracht. Het afschaffen van de uitkering stuitte onmiddellijk op protest. Toen dat niets uithaalde, maakte in 2005 de FNV samen met het Proefprocessenfonds Clara Wichmann en zeven FNV-leden een procedure aanhangig tegen de Staat om de afschaffing ongedaan te maken.

    Dit lukt in eerste instantie niet. De Hoge Raad oordeelde in 2011 dat op de Staat geen zorgplicht rust om een voorziening te treffen in verband met de inkomstenderving van zwangere zelfstandigen.  Voorts vond de Hoge Raad dat geen beroep kon worden gedaan op het VN Vrouwenverdrag. Hierna hebben zes vrouwen de zaak doorgezet met behulp van het Proefprocessenfonds Clara Wichmann en de Vereniging voor Vrouw en Recht. Samen dienden ze een klacht in bij het CEDAW – het comité dat toezicht houdt op de naleving van het VN Vrouwenverdrag.

    Hier vonden ze wel gehoor. In 2014 oordeelde het CEDAW dat de Nederlandse staat de rechten van zwangere vrouwen heeft geschonden door geen voorziening te treffen voor de periode 2004-2008. Daarmee heeft de Staat gehandeld in strijd met art. 11 van het VN Vrouwenverdrag, aldus het CEDAW. Dit is discriminatie van vrouwen. De Staat is verplicht alsnog een voorziening te treffen. Ondanks het duidelijke standpunt van het CEDAW bleef de Staat weigeren de betreffende vrouwen schadeloos te stellen. Vervolgens hebben de zes klaagsters alsnog een uitkering aangevraagd bij het UWV.

    In juli 2016 oordeelde de rechtbank Amsterdam in twee gevallen dat er geen reden was om een geldelijke vergoeding toe te kennen. Een andere klaagster (lid van FNV Zelfstandigen) kwam terecht bij de rechtbank Midden-Nederland. Deze volgde wel de uitspraak van het CEDAW en kende een uitkering toe. Zowel de twee klaagsters als het UWV gingen tegen deze uitspraken in hoger beroep bij de CRvB. De Raad heeft de zaak op 16 juni 2017 behandeld en is vandaag tot een tussenuitspraak gekomen. De CRvB heeft de vrouwen op alle punten gelijk gegeven, maar geeft UWV dus nog 16 weken de tijd.

    Anniek de Ruijter, voorzitter proefprocessenfonds Clara Wichmann: ‘De CRvB heeft in deze procedure wel betekenis aan het CEDAW alsmede rechtstreekse werking toegekend aan het VN Vrouwenverdrag, dit in tegenstelling tot de Hoge Raad. Dankzij onze gezamenlijke jarenlange inspanningen is thans een einde gekomen aan deze zaak. Het recht heeft alsnog gezegevierd.’

    Leontine Bijleveld, Vereniging voor Vrouw en Recht: ‘Dit betekent dat de Nederlandse regering niet zomaar een uitspraak van het CEDAW naast zich neer mag leggen. Het is bovendien een wake-up-call voor de Nederlandse rechters. Die zullen toch beter hun huiswerk moeten doen en zich moeten verdiepen in het VN Vrouwenverdrag.’

    Irene van Hest, FNV Zelfstandigen: ‘Ons lid heeft samen met de andere vrouwen jarenlang gestreden voor deze uitkering. De weg ligt open voor alle zelfstandige vrouwen die in deze periode bevallen zijn om straks alsnog bij het UWV een uitkering aan te vragen.’

    Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
    Bosch Advocaten, Derk Domela Nieuwenhuis, advocaat, 06-51153571
    FNV Zelfstandigen, Irene van Hest, 06-83892981
    Proefprocessenfonds Clara Wichmann, Margreet Hemmes, bestuurslid, 06-10520389
    Vereniging voor Vrouw en Recht, Leontine Bijleveld, 06-29548029
    Drie van de betrokken zelfstandigen zijn beschikbaar voor interviews. Ze zijn woonachtig in respectievelijk De Bilt en Amsterdam. Neem hiervoor contact op met FNV-persvoorlichter Danielle van Essen, 0653795857

  • Nieuwsbrief FNV over de uitspraak in de WAZ-zaak

    Zelfstandig werkende vrouwen die tussen augustus 2004 en juni 2008 een kind kregen, moeten alsnog een uitkering ontvangen voor de 16 weken rond de bevalling. Dat is het oordeel van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) op donderdag 27 juli 2017 in een tussenuitspraak. De consequentie is dat alle zelfstandig werkende en meewerkende vrouwen (zo’n 17.000) die in deze periode een kind hebben gekregen, alsnog in de toekomst een uitkering kunnen aanvragen bij het UWV. De Raad heeft het UWV 16 weken de gelegenheid gegeven om voor de drie vrouwen die het betrof een nieuw besluit te nemen met in acht neming van de overwegingen van de Raad. Daarna zal de CRvB de zaak opnieuw beoordelen.

    FNV, Proefprocessenfonds Clara Wichmann en Vereniging voor Vrouw en Recht hebben in een gezamenlijk persbericht verheugd gereageerd. De uitspraak van de CRvB is duidelijk gemotiveerd. Afschaffing van de regeling voor zelfstandige vrouwen zonder overgangsregeling, vervangende regeling of compensatie is in strijd met het VN-Vrouwenverdrag. En vrouwen moeten zich rechtstreeks op de rechten die voortvloeien uit het Vrouwenverdrag kunnen beroepen. Het UWV en de Staat hebben van de CRvB 16 weken de tijd gekregen om te kiezen op welke wijze de zelfstandig werkende vrouwen die tussen 2004 en 2008 een kind hebben gekregen gecompenseerd worden. Als binnen deze termijn geen regeling getroffen wordt dan zal de CRvB het UWV opdracht geven betrokkenen een uitkering toe te kennen.

    Het UWV heeft eerder toegezegd andere vrouwen in dezelfde situatie als de procederende vrouwen een uitkering in het vooruitzicht te stellen als de CRvB de drie vrouwen gelijk geeft. Daarvoor krijgen alle andere vrouwen een redelijke termijn. Het UWV zal nu naar verwachting met de Minister van Sociale Zaken overleggen hoe ze uitvoering gaan geven aan de uitspraak. Vrouwen hoeven zich dus niet op stel en sprong bij het UWV te melden, maar het kan geen kwaad alvast flink rond te bazuinen dat er recht op een uitkering is ontstaan. Tot nu toe hebben zich ruim 975 vrouwen bij het Meldpunt gemeld. De grote meerderheid van de 17.000 betrokkenen moet dus nog bereikt worden. Zodra duidelijk is wat het UWV gaat doen zullen we u allemaal in een volgende nieuwsbrief weer op de hoogte stellen.

    Ondertussen is het goed te bedenken dat deze overwinning nooit bereikt had kunnen worden zonder de middelen van het Proefprocessenfonds Clara Wichmann. Proefprocessen kosten geld! Het Proefprocessenfonds Clara Wichmann ondersteunt al meer dan 10 jaar de procedures van deze groep zwangere zelfstandigen. Het fonds is geheel afhankelijk van donateurs. Steun het en maak een gift over op rekeningnummer NL03 INGB 0000 64 34 64, of via Geef.nl: http://www.geef.nl/doel/clara-wichmann

    Als alle ruim 950 vrouwen die zich bij het Meldpunt vervoegd hebben een tientje overmaken dan kunnen we weer even vooruit. Uw gift is fiscaal aftrekbaar want het Proefprocessenfonds Clara Wichmann is erkend als Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). Wie geen tientje kan missen vragen we een symbolische bijdrage over te maken, als blijk van uw waardering voor onze, veelal vrijwillige, inzet voor deze principiële zaak.

  • Persbericht: Invoering Integrale Geboortezorg op losse schroeven

    Vandaag werd bekend dat de vrouwenrechten organisatie Clara Wichmann ontvankelijk is verklaard in haar beroep bij de rechter tegen de beleidsregel integrale geboortezorg, die ervoor zou gaan zorgen dat er grootschalige reorganisaties mogelijk zouden worden in de geboortezorg.

    Anniek de Ruijter, voorzitter van Clara Wichmann: “De rechter geeft aan dat niet alleen de volledige invoering van de integrale geboortezorg middels de beleidsregel, maar ook de huidige reorganisaties in de zes regio’s die al afspraken hebben gemaakt in een inhoudelijke beoordeling van het bezwaar moeten worden meegenomen. Het kan namelijk zijn dat de prestatiegrond waarmee de verzekeraars in die regio’s zorg hebben ingekocht onrechtmatig is.”

    De rechtszaak wordt gesteund door de Patiëntenfederatie Nederland.

    De rechters van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven bepalen in hun uitspraak dat Clara Wichmann wel degelijk kan opkomen voor het zelfbeschikkingsrecht en de keuzevrijheid van vrouwen voor de zorg. Volgens de rechter gaat het bij emancipatie van vrouwen, waar het Clara Wichmann voor opkomt, ook om het “het streven naar een volwaardige positie in die situaties waarin de maatschappelijke structuren of de regelgeving zich naar hun aard specifiek of uitsluitend richten op vrouwen.”

    Volgens het College kan het “niet worden uitgesloten dat [de Beleidsregel Integrale Geboortezorg] gevolgen zou hebben voor de keuzevrijheid van vrouwen en/of het recht op zelfbeschikking.”

  • Brief NWO-beleid rondom zwangerschap

    Het fonds heeft onlangs meerdere klachten ontvangen met betrekking tot de belemmeringen en obstakels die zijn ervaren in de aanvraag-, beoordelings- en toekenningsprocedure van onderzoeksfinanciering tijdens en vlak na de zwangerschap. Vandaag stuurde het fonds samen met het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren een brief aan NWO om deze probelmatiek te agenderen.

    Amsterdam 10 mei 2017
    Geachte heer Gielen,

    Graag vragen wij uw aandacht voor het volgende:

    Het Proefprocessenfonds Clara Wichmann heeft onlangs meerdere klachten ontvangen met betrekking tot de belemmeringen en obstakels die zijn ervaren in de aanvraag-, beoordelings- en toekenningsprocedure van onderzoeksfinanciering tijdens en vlak na de zwangerschap.  Met dit schrijven trekt het Proefprocessenfonds Clara Wichmann bij NWO aan de bel en laat het weten dat het deze klachten uiterst serieus neemt in de hoop dat NWO dat ook zal doen en er in gesprek naar een passende en duurzame oplossing kan worden gezocht.

    Het ontbreken van concreet beleid en instructies voor personeel over hoe om te gaan met zwangere aanvragers kan een serieus obstakel vormen voor de mogelijkheid van vrouwen om door te stromen naar de Nederlandse wetenschappelijke top. In het algemene belang van gelijke kansen voor vrouwelijke wetenschappers willen wij NWO middels deze brief verzoeken het beleid en de maatregelen met betrekking tot ruimte voor zwangerschap in aanvraag-, beoordelings- en toekenningsprocedures nog eens goed onder de loep te nemen, transparanter en vindbaarder te maken en daar waar het tekortschiet opnieuw te ontwerpen en te implementeren. Succesvol een selectieproces doorlopen, is voor elke wetenschapper cruciaal. Het mag niet zo zijn dat vrouwen vanwege een zwangerschap met een achterstand de competitie ingaan, de race niet kunnen voltooien of dat zij nadelig worden beoordeeld.

    In het licht van de recent ontvangen klachten, stelt het Clara Wichmann Fonds vast dat NWO er nog niet in is geslaagd om de nadelen ten gevolge van zwangerschap tijdens de aanvraag- en toekenningsprocedure voor onderzoeksfinanciering voor vrouwelijke onderzoekers op te heffen. In het navolgende geven wij graag een toelichting op twee situaties waarmee kan worden onderbouwd dat dergelijk beleid noodzakelijk is.

    Zwangerschap en genderbias in de beoordeling van kwaliteit

    Zoals bij u bekend, blijkt uit onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van NWO dat vrouwelijke aanvragers van de Veni-beurs door beoordelaars structureel lager beoordeeld worden.[1] Het gaat hierbij om de beoordeling van de kwaliteiten van de vrouwelijke onderzoeker, niet om de kwaliteit van de onderzoeksvoorstellen. Dit onderzoek geeft hiervoor als mogelijke oorzaak het gebruik van gendered taalgebruik in de instructies voor beoordeling. Bij ons leeft de hypothese dat het ontbreken van concreet beleid aangaande zwangerschap – óók met de bestaande, niet in fasen van de aanvraag toereikende extensieregeling – net zo goed een belangrijk obstakel vormt voor een eerlijke en juiste beoordeling van de kwaliteit van vrouwelijke onderzoekers. Zwangerschap is een biologisch verschil tussen vrouwen en mannen welke bijdraagt aan het feit dat (toekomstige) moeders, en niet (toekomstige) vaders, gedurende een langere periode de zorg voor het kind dragen. Voor vrouwelijke onderzoeker-moeders dus nadelig ten opzichte van mannelijke onderzoeker-vaders doordat zij gedurende een langere periode geen, of in ieder geval minder, onderzoeksactiviteiten kunnen ondernemen. Om dit nadeel op te heffen zou dit reële verschil in de beoordeling van de kwaliteit van de onderzoeker meegenomen moeten worden, bijvoorbeeld in de toepassing en vaststelling van de norm voor kwaliteit en onderzoeksoutput die direct samenhangt met de effectieve onderzoekstijd van aanvragers voor NWO-subsidie.

    Zwangerschap en concrete maatregelen tijdens de aanvraagprocedure

    Zwangerschap kan tevens een obstakel vormen voor bepaalde onderdelen die direct samenhangen met het aanvragen NWO-subsidie. Een voorbeeld hiervan is het samenvallen van zwangerschapsverlof met de gestelde tijdgrenzen voor het indienen, presenteren en verdedigen van een subsidieaanvraag en/of een bewaarschrift. Er bestaan bij ons weten binnen NWO momenteel geen regelingen om zwangere aanvragers te faciliteren dan wel tegemoet te komen gedurende de hele aanvraag- en beoordelings- en toekenningsprocedure, behalve de eerder genoemde extensieregeling. Er zou ruimte moeten zijn voor het afwijken van de reguliere procedures, voor aangepaste deadlines of in ieder geval voor overleg hierover om te voorkomen dat zwangere aanvragers tot ver in hun verlof nog bezig moeten zijn met het indienen, presenteren en verdedigen van hun aanvraag. Hierdoor moeten vrouwen vaak hoogzwanger nog onderzoeksactiviteiten verrichten, hetgeen de kwaliteit van hun aanvraag niet ten goede komt en hen op een achterstand plaatst in vergelijking met mannelijke aanvragers en niet-zwangere vrouwelijke aanvragers. Een concrete regeling voor zwangerschap tijdens de subsidieprocedure is noodzakelijk om bij kunnen dragen aan het opheffen van een serieus obstakel voor het doorstromen van vrouwelijk talent naar de top van de Nederlandse wetenschap.

    Graag stellen wij u op de hoogte van het feit dat er momenteel over soortgelijke klachten twee rechtszaken tegen uw organisatie zijn gestart. Het Proefprocessenfonds Clara Wichmann steunt deze zaken zowel inhoudelijk als financieel. Het Proefprocessenfonds Clara Wichmann doet NWO middels deze brief een dringend verzoek tot herevaluatie van het beleid op het gebied van zwangerschap in subsidieprocedures en het aanvullen van dit beleid op de plekken waar het niet toereikend blijkt. Het Proefprocessenfons Clara Wichmann treedt graag in nader gesprek.

     Hoogachtend,

    Dr. Lyn Tjon Soei Len
    Bestuurslid Proefprocessenfonds Clara Wichmann

     Deze brief is medeondertekend en daardoor mede-ondersteund door het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren:
    Prof. dr. Ingrid Molema
    Voorzitter LNVH
    Hoogleraar Levenswetenschappen RuG

    [1] ‘Honoreringskansen voor mannen en vrouwen in de NWO-competitie’, dr. Romy van der Lee, prof. dr. Naomi Ellemers, Instituut Psychologie, Universiteit Leiden,

  • Vrouwen willen eerst onderzoek naar keuzevrijheid in het nieuwe geboortezorgstelsel

    Vandaag werd bekend dat Clara Wichmann een juridische procedure is gestart met steun van de Patiëntenfederatie Nederland en de Human Rights in Childbirth Nederland (De Geboortebeweging) om de invoering van een nieuw geboortezorgsysteem in Nederland tijdelijk tegen te houden. De organisaties hebben samen met een tal van andere vrouwenorganisaties meermaals aan de Minister gevraagd om eerst een uitgebreid onderzoek naar keuzevrijheid te doen voordat er wordt doorgepakt met de invoering van een nieuwe manier om de geboortezorg te bekostigen.

    Clara Wichmann fonds pleit in het beroep op de rechter, dat de nieuwe regelgeving op veel te grote schaal een nieuw stelsel invoert dat niet meer kan worden teruggedraaid. Dit, terwijl de risico’s van die invoering voor vrouwen niet zijn onderzocht. De beleidsregels van vóór de nieuwe financiering van geboortezorg, die minister Schippers in de zomer van 2017 met grote snelheid heeft ingevoerd, lieten voldoende ruimte om op kleine schaal experimenteren volgens Clara Wichmann fonds. Aan de hand van die experimenten had bezien kunnen worden wat de gevolgen zijn voor de organisatie van de geboortezorg en de keuzevrijheid van vrouwen.

    De procedure maakt gebruik van een onderzoek van de Patiëntenfederatie Nederland die al in 2014 een onderzoek heeft gedaan onder vrouwen waaruit bleek dat zij keuzevrijheid in de geboortezorg een van de belangrijkste dingen vinden. Zwangerschap en bevallen is immers een ‘life-event’ volgens deze vrouwen. “Als de reorganisaties eenmaal hebben ingezet, dat ze niet meer zijn terug te draaien.” Aldus Anniek de Ruijter, voorzitter van Clara Wichmann: “Wij zijn niet tegen een betere samenwerking in de geboortezorg, maar dat kan op meerdere manieren. Niet alleen de vrouwenorganisaties en de Nederlandse Patiëntenfederatie, maar nota bene de Nederlandse Zorg Autoriteit zelf en de KPMG hebben aangegeven dat er eerst onderzoek moet worden gedaan, voordat men op grote schaal integraal geboortezorg in gaat kopen, om dan maar door te drukken is wel zeer onzorgvuldig van de overheid.”

    De organisaties willen een extra snelle behandeling van deze zaak bij de rechter. Omdat zorgverzekeraars worden vrijgelaten in de sturing die zij geven gaan de vrouwen en patiëntenorganisaties ervan uit dat de polisvoorwaarden verzekerden zullen sturen naar de geboortezorgorganisatie in een regio waar zij een contract mee hebben gesloten. Dat belemmert vrouwen om zich te wenden tot aanbieders die niet behoren tot de gecontracteerde geboortezorgorganisatie.

    De mogelijkheid die de minister door de integrale bekostigingsregels biedt, leidt tot grootschalige (re)organisaties in de geboortezorg, waarvan niet vast staat dat die nodig zijn en waarvan ook niet zeker is gesteld dat die geen afbreuk doen aan de keuzevrijheid die vrouwen hebben om de zorg en de zorgverlener te kiezen die zij wensen. Als de al ingezette (re)organisaties van de geboortezorg nu doorgaan dan is dit zeer moeilijk/onmogelijk terug te draaien, mocht na evaluatie blijken dat de integrale bekostiging te veel negatieve consequenties heeft voor de keuzevrijheid van vrouwen.

  • Moslima’s worden dupe van ‘neutraliteitsbeleid’

    Op 24 maart schreef bestuurslid Nawal Mustafa een opinieartikel over de uitspraak van het Europees Hof in twee discriminatiezaken rondom het dragen van een hoofddoek.

    Op 14 maart jl. sprak het Europees Hof van Justitie uit dat het verbieden van religieuze symbolen door werkgevers is toegestaan. De uitspraak werd gedaan naar aanleiding van een Belgische rechtszaak, waarin een vrouw met een hoofddoek ontslagen werd door hun werkgever.

    Ook in Nederland heeft een vrouw in 2016 een zaak aangespannen tegen haar werkgever omdat zij geen hoofddoek mocht dragen. De vrouw werd niet als buitengriffier aangenomen bij Rechtbank Rotterdam omdat zij haar hoofddoek wilde blijven dragen. Het College van de Rechten van de Mens oordeelde hierover dat hier inderdaad sprake is van discriminatie, maar de Rechtbank hield vast aan haar besluit. Clara Wichmann steunt deze procedure.

  • Uitspraak CRvB op 16 juni 2017

    Op 16 juni 2017 behandelt de Centrale Raad van Beroep de zwangerschapsuitkering voor zwangere zelfstandigen. De uitspraak wordt zes of twaalf weken later verwacht. Dit wordt een zeer belangrijke en bepalende uitspraak. Het CEDAW oordeelde in 2014 dat de Nederlandse Staat het VN-Vrouwenverdrag heeft geschonden door de zwangerschapsuitkering voor zelfstandig werkende vrouwen in 2004 af te schaffen en in 2008 opnieuw in te voeren zonder een voorziening te treffen voor wie in die tussentijd bevallen is.

    De zes klaagsters hadden met deze uitspraak een uitkering aangevraagd bij het UWV. Eén klaagster heeft de uitkering door het UWV toegekend gekregen. De andere vrouwen gingen in bezwaar en beroep tegen hun afwijzing. Hierin werd naar voren gebracht dat aan één van de zes de uitkering is toegewezen en dat op basis van het gelijkheidsbeginsel voor de anderen hetzelfde behoort te gelden. Het UWV verwierp deze argumentatie en stelde dat het (een administratieve) fout was die ene uitkering toe te kennen.

    Rechtbank Midden-Nederland oordeelde op 23 september 2016 dat de Nederlandse wetgever ten onrechte niet heeft voorzien in een uitkeringsregeling voor zwangere zelfstandigen. De rechter stelde dat het UWV de betrokkene moet compenseren voor het gemis aan de zwangerschapsuitkering.

    Eerder dat jaar oordeelde Rechtbank Amsterdam in het beroep van twee medeklaagsters echter dat er géén reden was om geldelijke vergoeding toe te kennen. De klaagsters zijn in beroep gegaan tegen de uitspraak Rechtbank Amsterdam. De Centrale Raad van Beroep behandelt dit beroep op 16 juni. Als de CRvB de klaagsters in het gelijk stelt betekent dat een einde komt aan deze slepende procedure en dat de klaagsters alsnog een uitkering ontvangen dan wel schadeloos worden gesteld.