In Nederland zijn huishoudelijk werkenden nog altijd niet volledig beschermd door sociale zekerheidswetten. Bureau Clara Wichmann vindt dat dit moet veranderen: ook huishoudelijk werkers verdienen dezelfde rechten als andere werknemers. Samen met andere organisaties zetten we ons daarom al langere tijd in tegen de Regeling dienstverlening aan huis, die deze groep werknemers ongelijk behandelt en vooral vrouwen raakt.
Eén van deze huishoudelijk werkenden, Eveline Bourik, heeft besloten haar zaak voor te leggen aan de rechter. Bourik werkte als huishoudelijke hulp bij zeven verschillende huishoudens op vijf dagen per week. Op enig moment is zij uitgevallen vanwege gezondheidsklachten. Zij is toen eerst minder gaan werken in de hoop dat zij het werk dan wel nog aan zou kunnen, maar toen dat ook te zwaar bleek, heeft zij een Ziektewetuitkering aangevraagd bij het UWV. Deze is haar geweigerd onder verwijzing naar de Regeling dienstverlening aan huis. Bourik werkte namelijk wel vijf dagen per week, maar niet bij hetzelfde huishouden, zoals de Regeling eist. Bouriks heeft bezwaar gemaakt tegen de beslissing van het UWV en, toen dit werd afgewezen, beroep ingesteld bij de rechtbank. Ze wordt bijgestaan door advocate Juliet Diekerhof van CMS Advocaten.
Op 17 april 2025 heeft de rechtbank Bourik in het gelijk gesteld. De rechtbank stelt vast dat partijen het erover eens zijn dat het niet toekennen van een Ziektewetuitkering aan mensen die op gemiddeld minder dan vier dagen in hetzelfde huishouden werken, indirect discriminerend is, omdat dit vooral vrouwen treft. Voor deze discriminatie is geen rechtvaardiging. Het UWV heeft niet kunnen bewijzen dat de regeling nodig is om werken zonder arbeidscontract of overeenkomst terug te dringen of om de werkgelegenheid te bevorderen. Bovendien zijn er meer manieren om ongedocumenteerd huishoudelijk werk tegen te gaan en de andere beleidsdoelen te bereiken. De rechtbank vindt dan ook dat de regeling die huishoudelijk werk uitzondert van de Ziektewet, in dit geval niet mag worden toegepast. Dat betekent dat Bourik wel verzekerd was voor de Ziektewet.
De uitspraak heeft mogelijk grote gevolgen voor de huishoudelijk werkenden in vergelijkbare situaties als Bourik die nu nog buiten het sociale vangnet vallen.
Algorithms of late-capitalism | The Board Game Stap 24 april in de wereld van SM4RT C1TY, een denkbeeldige samenleving waar algoritmes regeren en technologie onze keuzes beïnvloedt
Ben jij jurist, beleidsmaker, activist of gewoon geïnteresseerd in de impact van kunstmatige intelligentie en algoritmes op onze samenleving? Kom dan op 24 april naar de interactieve spelsessie in de SMART C1TY en ontdek hoe jouw keuzes een technologische toekomst vormen.
In dit co-creatiebordspel duik je in de ethische dilemma’s van onze digitale toekomst. Kies je voor een toekomst gedreven door controle en winst, of voor een inclusieve, rechtvaardige digitale wereld? De game is mede tot stand gekomen door een serie workshops met experts en betrokken burgers uit heel Europa, en wordt nu live gespeeld in Amsterdam. Een avond vol speelse reflectie over macht, technologie en rechtvaardigheid.
Den Haag, 8 april 2025 – Unaniem heeft de Tweede Kamer vandaag een belangrijke motie aangenomen waarin het onrecht dat duizenden ongehuwde moeders en afgestane kinderen werd aangedaan tussen 1956 en 1984, officieel wordt erkend. De motie, ingediend door Michiel van Nispen (SP) en medeondertekend door onder meer VVD-Kamerlid Michon, constateert dat erkenning en herstel voor de moeders en kinderen is vooruitgeschoven terwijl haast is geboden gelet op de leeftijd van de moeders.
De unanieme steun vanuit het parlement is een belangrijke symbolische stap in de richting van gerechtigheid en erkenning voor de betrokken vrouwen en kinderen, zeker na de teleurstellende uitspraak van het Gerechtshof Den Haag in maart, waarin onder meer de vordering tegen de Nederlandse Staat als verjaard werd beschouwd. Met deze motie erkent de volksvertegenwoordiging het morele en maatschappelijke onrecht.
“Deze erkenning is de eerste stap naar nationaal excuus en start van herstelmaatregelen voor dit intergenerationeel trauma,” aldus Ellen Venhuizen, vertegenwoordiger van Stichting De Nederlandse Afstandsmoeder.
Barbalique Peters van Stichting Verleden in Zicht, de stichting die de belangen behartigt van Nederlandse afgestanen en binnenlands geadopteerden, zegt hierover: “De aanname van de motie is een historische gebeurtenis. Na meer dan 60 jaar misstanden bij binnenlandse afstand en adoptie is er erkenning door de Tweede Kamer, het hoogste staatsrechtelijke orgaan van Nederland. Wij zien het als een opmaat naar herstelmaatregelen.”
Linde Bryk, hoofd strategische rechtszaken Bureau Clara Wichmann, voegt hieraan toe: “In landen als Australië, Ierland en Schotland, waar net zoals in Nederland ongehuwde moeders structureel tegen hun wil afstand deden van hun kinderen ter adoptie, hebben overheden al publiekelijk excuses aangeboden. Dat het parlement in Nederland nu eindelijk het onrecht erkent, is een belangrijke stap en zou moeten leiden tot nationale excuses en herstelmaatregelen door de regering.”
Eind juni wordt het rapport van de Onderzoekscommissie Binnenlandse Afstand en Adoptie verwacht. Het is nog onduidelijk in hoeverre het rapport ingaat op de rol van de Staat bij de binnenlandse adopties en welke aanbevelingen zullen worden gedaan.
Achtergrond
Tussen 1956 en 1984 hebben duizenden ongehuwde moeders, onder druk hun kind afgestaan ter adoptie. In veel gevallen was er sprake van druk of dwang vanuit instanties, religieuze instellingen of familie, zonder dat zij goed geïnformeerd werden over hun rechten en werd op afstand ter adoptie aangestuurd. Ongehuwde moeders werden structureel gediscrimineerd. Zowel bij de moeders als bij de afgestane kinderen heeft dit voor veel leed gezorgd en zij ondervinden tot op de dag hier de gevolgen van.
In 2020 startten Bureau Clara Wichmann en Trudy Scheele-Gertsen, gesteund door Stichting De Nederlandse Afstandsmoeder, een rechtszaak tegen de Staat om onder meer gerechtigheid voor de moeders te bewerkstelligen. Het gerechtshof heeft in maart 2025 uitspraak gedaan. Partijen beraden zich nog op juridische vervolgstappen.
EINDE PERSBERICHT | Noot voor redactie (niet voor publicatie)
Voor meer informatie en interviewverzoeken kunt u contact opnemen met Bureau Clara Wichmann:
Op 3 april is een motie ingediend door Michiel van Nispen (SP) en medeondertekend door onder meer VVD-Kamerlid Ingrid Michon. De motie vraagt om erkenning van het verlies, het leed en het onrecht dat duizenden ongehuwde moeders en afgestane kinderen is aangedaan.
De motie benoemt niet alleen het verlies en het levenslange leed, maar constateert ook dat naast de druk die op de ongehuwde moeders werd gelegd door de maatschappij, ook de Staat een rol heeft gespeeld in de binnenlandse afstand en adoptie.
Daarnaast dringt een tweede motie aan op concrete stappen:
maak adoptiedossiers toegankelijk voor de betrokkenen;
geef moeders de kans om hun stem toe te voegen met een ‘brief van je moeder’;
breng de Fiom-dossiers onder bij het Nationaal Archief.
Morgen, dinsdag 8 april, tussen 15:00 en 16:00 stemt de Tweede Kamer.
De Siliconenzaak was tijdelijk aangehouden om BCW en Allergan (nu AbbVie) de kans te geven om onderling tot een oplossing te komen. Partijen zijn niet tot een onderlinge oplossing gekomen. De zitting is gepland op 23 september 2025.
Op 14 februari 2024 heeft de rechtbank Amsterdam geoordeeld dat Bureau Clara Wichmann ontvankelijk is in de Siliconenzaak. Dit betekent dat we namens 60.000 vrouwen met ruwe of getextureerde borstimplantaten van Allergan een collectieve rechtszaak kunnen voeren. In december 2022 zijn we naar de rechter gestapt om een schadevergoeding te eisen vanwege mogelijke gezondheidsrisico’s.
Wij vinden dat vrouwen te allen tijde hun achternaam moeten kunnen behouden. Daarom ondersteunt het Bureau een zaak van een vrouw die na haar echtscheiding haar Turkse meisjesnaam probeert terug te krijgen, maar door hoge leges, meer dan 800 euro, werd tegengehouden. Nadat zij alle nationale rechtsmiddelen had uitgeput, wendde de vrouw zich tot het CEDAW Comité* dat toeziet op de naleving van het VN-Vrouwenverdrag.
Op 17 februari 2025 concludeerde het CEDAW Comité dat er sprake is van indirecte discriminatie doordat de Staat van de vrouw leges vraagt die aanzienlijk hoog zijn in het licht van haar sociaaleconomische situatie en die voor haar een obstakel vormen om de procedure voor het terugkrijgen van haar geboortenaam na echtscheiding af te ronden. Hierdoor heeft volgens het CEDAW Comité de Nederlandse Staat haar verplichtingen onder artikel 16, lid 1, onder g), van het VN-Vrouwenverdrag geschonden.
Het CEDAW Comité overwoog verder dat discriminatie op grond van geslacht en sekse onlosmakelijk is verbonden met andere factoren die van invloed zijn op vrouwen, zoals ras, etniciteit, godsdienst of overtuiging, gezondheid, status, leeftijd, klasse, kaste en seksuele geaardheid en genderidentiteit. Discriminatie op grond van geslacht of sekse kan vrouwen die tot deze groepen behoren in een andere mate of op een andere manier treffen dan mannen. Staten die Partij zijn bij het Verdrag moeten volgens CEDAW dergelijke vormen van discriminatie die elkaar kruisen en de negatieve impact ervan op de betrokken vrouwen wettelijk erkennen en verbieden. Specifiek ten aanzien van dit geval merkt het CEDAW Comité op dat bepaalde groepen vrouwen, met name vrouwen met een andere nationaliteit dan de Nederlandse, in het bijzonder worden getroffen als gevolg van het snijvlak van sekse, migratieachtergrond en sociaaleconomische status.
Voor de vrouw houdt dit in dat, volgens het CEDAW Comité, de Staat haar moet compenseren voor de gemaakte juridische kosten en geleden immateriële schade en haar in staat moet stellen haar geboortenaam te herkrijgen zonder hiervoor leges te heffen.
Daarnaast doet het CEDAW Comité een drietal algemene aanbevelingen aan de Staat onder meer om de belemmeringen, zoals leges, voor vrouwen weg te nemen bij het herkrijgen van hun geboortenaam.
Bureau Clara Wichmann zal contact opnemen met de Staat zodat deze aanbevelingen worden opgevolgd.
* Het Comité voor de Uitbanning van Discriminatie tegen Vrouwen (CEDAW) is het orgaan van onafhankelijke experts dat toezicht houdt op de implementatie van het Verdrag inzake de Uitbanning van Alle Vormen van Discriminatie tegen Vrouwen . Het CEDAW-comité bestaat uit 23 experts op het gebied van vrouwenrechten van over de hele wereld.
Vandaag overhandigen we aan Ingrid Coenradie, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, een misstandenboek over de gebrekkige medische zorg in penitentiaire inrichtingen voor vrouwen. Uit het boek blijkt onder meer dat klachten van vrouwen in penitentiaire inrichtingen vaak niet serieus worden genomen, specialistische zorg uitblijft en er fouten gemaakt worden in de distributie van medicatie. Ook schiet de gendersensitieve zorg tekort en leidt een gebrek aan continuïteit van medische zorg, tot ernstige gezondheidsrisico’s.
De verhalen van (ex-)gedetineerden tonen hoe het systeem structureel faalt. Dit is in strijd met fundamentele mensenrechten. Wij roepen op tot directe hervormingen en doen concrete aanbevelingen om de zorg voor vrouwen in detentie te verbeteren. Waaronder dagelijkse toegang tot medische staf, second opinions zonder eigen kosten, toezicht op medicatieverstrekking en gendersensitieve zorg.
Dit misstandenboek is samengesteld door Bureau Clara Wichmann, daarin bijgestaan door De Brauw, Blackstone, Westbroek en Loonstein Advocaten.
De komende tijd zullen we verschillende verhalen uit het misstandenboek uitlichten op onze kanalen.
Voor meer informatie en interviewverzoeken kunt u contact opnemen met Jo-Ann Dawson, Persvoorlichter via 06-18359452 of jdawson@nieuw.clara-wichmann.nl
Den Haag, 13 maart 2025 – Vandaag heeft het Gerechtshof Den Haag geoordeeld dat de vordering die Trudy Scheele-Gertsen en Bureau Clara Wichmann tegen de Nederlandse Staat hebben ingesteld wegens gedwongen afstand ter adoptie van duizenden kinderen tussen 1956 en 1984, wordt afgewezen. Ten aanzien van mevrouw Scheele-Gertsen was dit het geval, omdat haar vordering is verjaard. Ten aanzien van Bureau Clara Wichmann oordeelde het Hof dat zij niet ontvankelijk is, omdat er te veel verschillen bestaan tussen de verschillende moeders voor wie zij opkomt. Voor de betrokken moeders en kinderen, die jarenlang hebben gestreden voor erkenning en gerechtigheid, is dit een zware teleurstelling. De uitspraak in deze zaak betekent dat het Hof geen uitspraak doet over de vraag of de Staat juridisch aansprakelijk is. Het Hof benadrukte de noodzaak dat de Staat in gesprek gaat met de belangenorganisaties en dit voortvarend en zorgvuldig doet.
Trudy Scheele-Gertsen, die de zaak naar de rechter bracht, reageerde:
“De uitspraak is teleurstellend. De Staat heeft zijn verantwoordelijkheid tot nu toe niet genomen en weg gekeken van het verleden. Tot nu toe heeft de Staat zich ook buiten de rechtszaal afhoudend opgesteld in de gesprekken met moeders en kinderen. Dat moet nu veranderen.”
Een vergeten geschiedenis In het verleden hing er een sterk sociaal stigma rond ongehuwde moeders. Vanaf de jaren ‘60 veranderde de werkwijze in bestaande instellingen, waar veel ongehuwde moeders werden ondergebracht, van steun aan ongehuwde moeders naar druk om afstand te doen van hun kind. De Raad voor de Kinderbescherming nam vervolgens de juridische stappen om moeder en kind ook daadwerkelijk te scheiden, terwijl essentiële informatie over hun rechten of mogelijke financiële steun achterwege werd gelaten.
De gevolgen voor zowel de moeders als hun kinderen waren ingrijpend en werken intergenerationeel door. Moeders hebben levenslange trauma’s overgehouden aan het verlies van hun kind en veel kinderen groeiden op zonder kennis van hun biologische afkomst, vaak met psychosociale gevolgen.
Ondanks de rol van de Staat in deze pijnlijke geschiedenis, heeft het Hof onder meer vandaag geoordeeld dat de vordering is verjaard. Het Hof komt daarom niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de zaak.
Nederland blijft achter bij internationale erkenning Andere landen hebben eerder verantwoordelijkheid erkend voor vergelijkbare schendingen. Australië bood in 2013 excuses aan voor gedwongen afstand, gevolgd door Ierland in 2021 en Schotland in 2023. In deze landen werd erkend dat vrouwen onder grote maatschappelijke en institutionele druk hun kind moesten afstaan en dat overheidsinstanties daarbij een faciliterende rol speelden.
Advocaat Lisa-Marie Komp van Prakken d’Oliveira, die Trudy Scheele-Gertsen en Bureau Clara Wichmann vertegenwoordigt, benadrukt het contrast:
“In andere landen is erkend dat overheidsinstanties hebben bijgedragen aan systematisch onrecht. Daar hebben lange trajecten uiteindelijk geleid tot formele excuses van de Staat. Dit oordeel doet niet af aan de rol die de Staat heeft gespeeld bij gedwongen afstand. Het Hof heeft de Staat heel duidelijk opgeroepen om voortvarend en zorgvuldig met de betrokken vrouwen in gesprek te gaan. Het is nu aan de Staat om zijn rol in dit verleden en het leed van de vrouwen te erkennen.”
Jeltje Straatman, advocaat bij Stibbe die Bureau Clara Wichmann vertegenwoordigt in deze zaak, vult aan:
“Het is absoluut teleurstellend dat de vordering van mevrouw Scheele-Gertsen op verjaring wordt afgedaan. Zeker nu het de uitdrukkelijke wens van de meerderheid van de Tweede Kamer was dat de Staat geen beroep op verjaring zou doen in zaken als deze. Ook het oordeel van het Hof over de vordering van Bureau Clara Wichmann is verrassend. Daar waar het Hof de nadruk legt op de verschillen tussen de moeders, zien wij juist een gemene deler in al hun verhalen en dossiers.“
De strijd is nog niet voorbij “Bureau Clara Wichmann blijft zich inzetten voor gerechtigheid voor deze moeders, ondanks deze juridische tegenslag. De pijn en gevolgen van deze geschiedenis zijn nog altijd voelbaar bij duizenden moeders en kinderen,” zegt Linde Bryk, hoofd strategische rechtszaken bij Bureau Clara Wichmann. “Wij zullen de Staat dan ook verzoeken om met ons, de moeders en de kinderen aan tafel te gaan zitten om erkenning en herstelmaatregelen te bespreken, zodat de Staat alsnog zijn verantwoordelijkheid kan nemen.”
Trudy Scheele-Gertsen en Bureau Clara Wichmann beraden zich op juridische vervolgstappen.
13 maart – Bureau Clara Wichmann, vertegenwoordigers in de zaak, Trudy Scheele-Gertsen, Ellen Venhuizen en andere betrokken moeders bij het Gerechtshof Den Haag.
EINDE PERSBERICHT | Noot voor redactie (niet voor publicatie)
Voor meer informatie en interviewverzoeken kunt u contact opnemen met Bureau Clara Wichmann:
Utrecht, 6 maart 2025 – De Nederlandse Staat blijft weigeren vrouwelijke rechters te compenseren voor jarenlang misgelopen salaris, ondanks aantoonbare loondiscriminatie. Tijdens de zitting bij het College voor de Rechten van de Mens hield de Staat vol dat de invoering van een nieuw inschalingsbeleid op 18 juli 2024 voldoende is om verdere ongelijkheid te voorkomen. Maar voor de vele vrouwelijke rechters die vóór 1 juli 2023 zijn ingestroomd, verandert er niets. Vrouwelijke rechters en officieren van justitie verdienen al decennia minder dan hun mannelijke collega’s, met een verschil tot 10% per jaar.
De overheid stelt dat het oorspronkelijke inschalingssysteem – waarin ‘laatstverdiend salaris’ bepalend was voor inschaling – niet onrechtmatig was, en dat zij niet verplicht is om terugwerkende correcties door te voeren.
Maar volgens Bureau Clara Wichmann en de advocaten van de vrouwelijke rechters is dit een vals argument. Volgens het onderzoeksrapport van Erasmus Q-Intelligence is het beloningsverschil bij rechters in opleiding 3,5% tot 10% per jaar. In individuele gevallen liep dit op tot duizenden euro’s per jaar minder salaris. Het Bureau benadrukt dat de overheid bedrijven verplicht om beloningsdiscriminatie te corrigeren, maar zichzelf niet aan diezelfde maatstaf houdt.
Strafrechter van rechtbank Noord-Nederland en mede-eiseres in de zaak, Marlies Spooren, stelt: ‘’Helaas toont deze zaak aan dat het recht op gelijk loon voor gelijk werk nog onvoldoende gewaarborgd is in onze samenleving zelfs niet binnen onze eigen overheid. Met deze procedure hoop ik andere vrouwen de steun te geven zich over dit onderwerp uit te spreken om zo loondiscriminatie tegen te gaan.’’
“Het is een principekwestie,” zegt Marlies Vegter, jurist bij Bureau Clara Wichmann. “De overheid wil vooruitkijken, maar niet achterom. Terwijl het probleem al jarenlang bekend was en in 2023 ook zwart-op-wit is erkend, wordt niets gedaan voor de vrouwen die jarenlang minder verdienden.”
Binnen de rechterlijke macht is brede steun voor gelijke beloning. De Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak heeft zich herhaaldelijk uitgesproken voor compensatie en waarschuwt dat het huidige beleid nog steeds ruimte laat voor willekeur in inschaling. Gerechtsbesturen mogen namelijk nog steeds afwijken van het beleid, waardoor discriminatie ook in de toekomst kan blijven bestaan.
Eline Groenendaal, strafrechter op Bonaire en mede-eiseres in de zaak, benadrukt: “Deze zaak gaat over rechtvaardigheid. Wij vrouwen werden, en worden nog steeds, ongelijk beloond in de rechtspraak. En ik vind het ongelooflijk dat de staat dat niet erkent, en niet uit zichzelf er juist alles aan wil doen om dat recht te zetten. Wat voor voorbeeld geef je dan?”
Advocaten Astrid Helstone en Fiona Stewart van Stibbe:
“Wij zien het oordeel van het College met vertrouwen tegemoet. Compensatie voor de loondiscriminatie die heeft plaatsgevonden is nu onvermijdelijk, urgent en noodzakelijk. Een oordeel van het College is wat ons betreft een eerste stap naar een passende compensatieregeling voor alle vrouwelijke rechters en officieren die nadeel hebben ondervonden van het inschalingssysteem.”
Het is nog niet bekend wanneer het College voor de Rechten van de Mens uitspraak doet.
Noot voor de redactie – Niet voor publicatie: Voor meer (pers)informatie en interviewverzoeken kunt u contact opnemen met Charlotte van Schijndel via cvanschijndel@nieuw.clara-wichmann.nl/ +31 6 51583484
Over Bureau Clara Wichmann Bureau Clara Wichmann streeft naar een betere maatschappelijke en rechtspositie van vrouwen in Nederland. Hiernaast zijn wij medestander in het bestrijden van alle vormen van genderdiscriminatie, ongelijkheid en stereotypering. Dit gebeurt door bevordering en beïnvloeding van het recht, de rechtspraktijk, wet- en regelgeving en de wettoepassing waarin principiële kwesties aan de orde komen die de rechten van vrouwen direct raken.
Eind november vond het hoger beroep plaats in de zaak Afstandsmoeders. In deze zaak van Trudy Scheele-Gertsen en Bureau Clara Wichmann tegen de Nederlandse Staat doet het Gerechtshof Den Haag (Prins Clauslaan 60, 2595 AJ Den Haag) op 13 maart om 11:30 uitspraak.
De zitting iste volgen via deze link.Wij willen betrokken moeders en kinderen aanmoedigen om aanwezig te zijn bij de uitspraak.