Auteur: santi

  • Rechtsbescherming van vrouwen in detentie

    In tenminste twee penitentiaire inrichtingen in Nederland hebben vrouwelijke (voormalig) gedetineerden te maken (gehad) met seksueel grensoverschrijdend gedrag, seksueel geweld en machtsmisbruik, zo blijkt uit ervaringsverhalen van (voormalig) gedetineerde vrouwen. (Voormalig) gedetineerde vrouwen hebben hier melding van gemaakt, maar hun klachten zijn zelden of pas laat serieus genomen.[1] 

    Onlangs is er naar aanleiding van klachten van (voormalig) gedetineerde vrouwen in een van de penitentiaire inrichtingen (PI Nieuwersluis) onderzoek gedaan door de Inspectie Justitie en Veiligheid. Bureau Clara Wichmann neemt met instemming kennis van de reactie van de Minister van Rechtsbescherming op het inspectierapport waarin misstanden worden beschreven.[2]

     

    We beraden ons samen met (voormalig) gedetineerde vrouwen op (juridische) vervolgstappen.

    Rechten van gedetineerden

    De rechten van gedetineerden zijn verankerd in verschillende wetten, internationale verdragen en standaarden waaruit verplichtingen volgen voor de Nederlandse overheid.[3] Want juist in systemen die afgesloten zijn van de buitenwereld kunnen machtsstructuren ontaarden. Het is dus van belang dat de rechten van gedetineerden in gevangenissen en detentiecentra altijd worden gewaarborgd en gerespecteerd. 

    Zeker voor vrouwen in detentie is het van het grootste belang dat voor hen een veilige omgeving is gewaarborgd tijdens hun verblijf in een penitentiaire inrichting.[4] Het is daarom essentieel dat er aandacht is voor de rechten van gedetineerde vrouwen en dat deze worden gerespecteerd. Penitentiaire inrichtingen voor vrouwelijke gedetineerden[5] zijn niet of onvoldoende gendersensitief. Ook moeten internationale normen worden toegepast waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke behoeften van vrouwen.

    Misstanden in Nederlandse vrouwengevangenissen

    De misstanden in tenminste twee penitentiaire inrichtingen in Nederland zijn mensonterend. Vrouwelijke (voormalig) gedetineerden hebben te maken (gehad) met seksueel grensoverschrijdend gedrag, seksueel geweld en machtsmisbruik. De vrouwen die hier melding van maakten werden zelden serieus genomen. In de praktijk blijkt het voor deze vrouwen zo goed als onmogelijk om meldingen van misstanden vertrouwelijk te doen.[6] Andere (voormalig )gedetineerde vrouwen geven aan dat zij deze stap überhaupt niet durven zetten uit angst voor repercussies omdat het nauwelijks mogelijk is om anoniem misstanden te melden. Het gevolg hiervan is een structureel onveilige omgeving voor gedetineerde vrouwen waarin hun rechten geschonden worden. Het onderzoek van de Inspectie Justitie en Veiligheid[7] in een van de penitentiaire inrichtingen bevestigt deze situatie. De verhalen van de vrouwen zijn te lang genegeerd, althans onvoldoende serieus genomen door de directies van de penitentiaire inrichtingen en door de Dienst Justitiële Inrichtingen, het verantwoordelijke ministerie, in casu het Ministerie van Justitie en Veiligheid, en de Staat – die een zorgplicht heeft voor deze vrouwen.

    Tekortschietende medische zorg 

    Daarnaast schiet de medische zorg voor gedetineerde vrouwen ernstig tekort blijkt uit de ervaringsverhalen van (voormalig) gedetineerde vrouwen. De medische zorg binnen penitentiaire inrichtingen valt niet onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van VWS, maar van het ministerie van Justitie en Veiligheid. De Dienst Justitiële Inrichtingen beperkt welbewust de zorg voor gedetineerden tot zorg die noodzakelijk is. Behandelingen die uitgesteld kunnen worden tot na de detentie worden niet gegeven.[8] Dit heeft geleid tot ernstig tekortschietende zorg voor gedetineerde vrouwen. Vrouwen hebben niet of pas veel te laat de zorg gekregen die ze nodig hadden, met soms levenslange gevolgen voor hun gezondheid. De Raad van Europa heeft hierover eerder een kritische evaluatie gepresenteerd.[9]

    Wat moet er gebeuren?

    Bureau Clara Wichmann wil dat de vrouwen die slachtoffer zijn van (seksueel) grensoverschrijdend gedrag, seksueel misbruik, machtsmisbruik en tekortschietende medische zorg binnen penitentiaire inrichtingen, erkenning krijgen voor wat hen is aangedaan. Wij pleiten daarnaast voor structurele verbeteringen in de vrouwengevangenissen en het in acht nemen van de verplichtingen die voortvloeien uit internationale en nationale wet- en regelgeving, waaronder:

    • bewerkstelligen dat er duidelijkere normen komen voor gedrag van werknemers en dat deze normen uitgewerkt worden in gedragsregels die ook worden gehandhaafd en in meerdere talen aan gedetineerde vrouwen verplicht ter beschikking worden gesteld; 
    • invoeren van een klachtensysteem dat gedetineerde vrouwen in staat stelt anoniem (en dus veilig) klachten in te dienen;
    • optimaliseren van de samenstelling van het personeel van penitentiaire instellingen voor vrouwen, waarbij bijzondere aandacht wordt gegeven aan de man/vrouw verhouding;
    • verbetering van de medische zorg binnen de gevangenis.[10]
    Vanaf maandag 26 juni is de documentaire Zitten en Zwijgen te zien bij Videolandonline. In deze documentaire van Jessica Villerius doen vrouwelijke (ex-) gedetineerden hun verhaal: initimidatie, pesterijen, het onthouden van goede medische zorg, seksueel grensoverschrijdend gedrag, aanranding en zelfs verkrachting.
    Voor deze documentaire hebben Jessica Villerius en haar team contact gehad met 132 vrouwen die in de gevangenis hebben gezeten of nu nog vastzitten. Van deze 132 vrouwen hebben 76 vrouwen verklaard zelf grensoverschrijdend gedrag te hebben meegemaakt of te hebben gezien.
    Het betreft de vrouwengevangenis Nieuwersluis (Utrecht) en Ter Peel (Limburg).

    [1] Bureau Clara Wichmann kent getuigenissen van veel (voormalig) gedetineerde vrouwen. Deze vrouwen zijn veelal cliënten van Loonstein Advocaten die de belangen van (voormalig) gedetineerde vrouwen behartigt.

    [2] https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2023/05/31/maatregelen-in-vrouwengevangenissen-na-inspectierapport-pi-nieuwersluis

    [3] Zie onderstaande, niet uitputtende opsomming.Internationale verdragen: Europees Verdrag Rechten van de Mens, art 3 en art. 8 https://wetten.overheid.nl/BWBV0001000/2021-08-01 Optional Protocol to the Convention Against Torture (OPCAT)-verdrag, elk land dat partij is bij dit protocol verplicht zich om één of meer onafhankelijke nationale preventiemechanismen te onderhouden, aan te wijzen of op te richten ter voorkoming van foltering op nationaal niveau: Convention against Torture and Other Cruel, Inhuman or Degrading Treatment or Punishment | OHCHR

    Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten, art. 10

    https://wetten.overheid.nl/BWBV0001017/1979-03-11

    Nationale wet- en regelgeving:

    https://wetten.overheid.nl/BWBR0009709/2022-10

    https://wetten.overheid.nl/BWBR0009398/2022-01-01

    https://www.commissievantoezicht.nl/wetgeving/gw-dbv/ministeriele-regelingen-besluiten/ Internationale standaarden:

    https://www.unodc.org/documents/justice-and-prison-reform/Nelson_Mandela_Rules-E-ebook.pdf

    https://rm.coe.int/european-prison-rules-978-92-871-5982-3/16806ab9ae

    [4] In Nederland worden jaarlijks ongeveer 30.00 vrouwen gedetineerd, bijna 80% van hen verblijft korter dan 3 maanden in detentie.

    [5] Hieronder verstaan wij ook transvrouwen.

    [6] Het algemeen klachtrecht is vastgelegd in artikel 60 Penitentiaire beginselenwet wetten.nl – Regeling – Penitentiaire beginselenwet – BWBR0009709 (overheid.nl)

    [7] https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-justitie-enveiligheid/documenten/rapporten/2023/05/31/tk-bijlage-definitief-inspectierapport-pi-nieuwersluis

    [8] Vademecum. Vestrekkingenpakket medische zorg van de Dienst Justitiële Inrichtingen 2023, p. 3.

    [9] Report to the Government of the Netherlands on the visit to the Netherlands carried out by

    the European Committee for the Prevention of Torture and inhuman or Degrading Treatment

    of Punishment (CPT), Strasbourg 19 januari 2017 https://rm.coe.int/16806ebb7c

    [10] Zie ook de aanbeveling van het European Committee to Prevent Torture and Inhumane Treatment, Report to the government of the Netherlands on the CPT visit to the Kingdom of the Netherlands p.53.

  • Programma Symposium PGB bijeenkomst 22 juni 14:00 – 17:00 uur

    Programma Symposium PGB 22 juni 14:00 – 17:00 uur
    Locatie: Kaffeetaria, Saffierlaan 10, 3523 RC Utrecht

    Middagvoorzitter: Anja Eleveld, universitair hoofddocent sociaal recht, VU Amsterdam

    13:30 Ontvangst (water, thee, koffie)

    14:00 Openingswoord door Anja Eleveld

    14:10 – 14:25 Sociaalzekerheidsrechtelijke gevolgen van de uitspraak van de CRvB
    Leontine Bijleveld, co-auteur handboek ‘Een baan als alle andere?! De rechtspositie van
    huishoudelijk personeel’ (2010, Addendum 2015)

    14:25 – 14:40 Gevolgen van de uitspraak voor andere huishoudelijk werkers
    Gerrard Boot, hoogleraar arbeidsrecht Universiteit Leiden en raadsheer Hof Amsterdam

    14:40 – 15:05 Arbeidsrechtelijke gevolgen van de uitspraak van de CRvB, Malva Driessen, voormalig docent sociaal recht Universiteit Maastricht

    15:05 – 15:30 Vragen uit de zaal

    15:30 – 16:00 Pauze (water, thee, koffie)

    16:00 – 17:00 Paneldiscussie, met – onder meer – de volgende onderdelen:

    1. Wat betekent de uitspraak van de CRvB in de praktijk voor PGB-zorgverleners (<4 dg)?
    2. Welke rechten kunnen andere PGB-zorgverleners aan de uitspraak ontlenen?
    3. Welke lacunes zijn er nog, wat wordt er niet opgelost door de uitspraak?

    Er is ruimte voor vragen en andere bijdragen uit de zaal.

    Deelnemers:

    •  Carol Kollmann, de pgb-zorgverlener die gelijk kreeg van Rb Rotterdam en de CRvB
    • Freeke Heijne, advocaat Houthoff en advocaat van Kollmann in de procedure
    •  Marlies Vegter, jurist bij Bureau Clara Wichmann
    • Lucy van den Berg, docent sociaal recht, Vrije Universiteit Amsterdam

    17:00 Borrel in het café begane grond

  • GRATIS ANTICONCEPTIE IS EEN ZAAK VOOR IEDEREEN, HOGER BEROEP 19 JUNI

    Hoger beroep tegen de Staat maandag 19 juni

    Maandag 19 juni dient bij het Gerechtshof in Den Haag het hoger beroep tegen de Staat in de zaak voor gratis anticonceptie. Bureau Clara Wichmann en DeGoedeZaak bepleiten samen met het Humanistisch Verbond, Women Inc. en de Nederlandse Vrouwenraad al sinds 2020 dat zolang vrouwen opdraaien voor de kosten van anticonceptie, er sprake is van discriminatie.

    Geringe kosten geen argument
    In oktober 2020 oordeelde de Rechtbank Den Haag dat de Staat anticonceptie niet voor iedereen hoeft te vergoeden omdat er geen sprake zou zijn van discriminatie. Omdat, volgens de rechtbank, er aan anticonceptie slechts geringe kosten verbonden zijn. Maar de hoogte van de kosten – hoewel dit vaak de reden is waarom vrouwen geen anticonceptie gebruiken – is in dit geval niet relevant. Het feit dat vrouwen opdraaien voor de kosten, maakt dat het discriminerend is.

    Speelbal van de politiek
    De vergoeding van anticonceptie is in Nederland al jaren speelbal van de politiek. In de jaren ’70 werd de pil opgenomen in het ‘ziekenfonds’ en kwam daarmee voor rekening van de hele maatschappij. In 2004 werd de pil uit het basispakket gehaald, kwam daar in 2008 weer in om vervolgens in 2011 opnieuw te verdwijnen voor vrouwen vanaf 21 jaar. In landen als Luxemburg en het VK is anticonceptie wel gratis voor alle vrouwen.

    Linde Bryk, hoofd strategische rechtszaken bij Bureau Clara Wichmann: ‘Anticonceptie is een fundamenteel reproductief recht waarvan je de kosten niet alleen bij de vrouw kunt en mag leggen.
    Met dit hoger beroep verzoeken wij het Gerechtshof deze ongelijkheid op te heffen, zodat
    anticonceptie gratis wordt, iets waar de hele samenleving van profiteert!’

    Renske Wienen, campagnestrateeg bij DeGoedeZaak: ‘Er zou geen boete moeten zitten op het hebben van een baarmoeder. Anticonceptie is geen luxeproduct, maar iets wat ontzettend veel mensen in hun dagelijks leven moeten gebruiken. Met de groeiende armoede en stijgende prijzen is de zaak nu actueler dan ooit. We hopen daarom natuurlijk dat het Gerechtshof ons gelijk geeft.’

    Demonstratie 12.30 uur bij het Gerechtshof
    De rechtszaak werd in 2020 aangespannen door de vijf organisaties en meer dan 7300 mede-eisers.
    Om 12.30 uur, voorafgaand aan de zitting, vindt een demonstratie plaats bij het Gerechtshof in Den Haag. Steunbetuigers zullen daar eisen dat anticonceptie gratis moet zijn: Anticonceptie is een noodzaak, geen luxe!

  • STERKE AANWIJZINGEN DAT FACEBOOK DISCRIMINEERT BIJ PLAATSING VACATURES

    Omdat we sterke aanwijzingen hebben dat Facebook discrimineert bij plaatsing van vacatures, dienen we samen met Global Witness een klacht in bij het College voor de Rechten van de Mens en vragen we de Autoriteit Persoonsgegevens om handhaving.

    Onderzoek van Global Witness, een internationale mensenrechtenorganisatie, geeft sterke aanwijzingen dat Facebook middels hun algoritme discrimineert op geslacht bij advertenties voor vacatures. Door bepaalde beroepen bijna uitsluitend aan mannen of vrouwen te tonen, ontneemt Facebook werkzoekenden de mogelijkheid voor hen interessante vacatures te vinden.

    Opzet onderzoek
    Global Witness plaatste in maart 2022 en april 2023 advertenties op Facebook voor vacatures voor elektricien, kapper, leerkracht basisonderwijs, monteur, receptionist, schilder, chef-kok, koerier en pakketbezorger. Deze advertenties werden genderneutraal vormgegeven en beschreven en verwezen naar echte vacatures op Indeed.nl. Bij de plaatsing gaf Global Witness alleen aan dat de advertenties aan gebruikers van 18 jaar of ouder in Nederland getoond moesten worden. Er werd geen gebruikgemaakt van doelgroepselectie.

    Uitkomsten onderzoek
    De uitkomsten van het onderzoek geven sterke aanwijzingen dat het algoritme van Meta ervoor zorgt dat vacatures voor beroepen die historisch gezien vaker door mannen of vrouwen worden beoefend, genderselectief worden getoond. Als voorbeeld, de vacatures voor elektricien en monteur werden bijna uitsluitend aan mannen getoond. Vacatures voor receptionist, leerkracht basisonderwijs en kapper verschenen vrijwel uitsluitend in de tijdlijn van vrouwen. Ook de vacatures voor schilder en chef-kok werden voornamelijk aan mannen getoond.

    Rajae Azaroual, juridisch adviseur van Bureau Clara Wichmann: `Als algoritmes van social media sturen op gender, houden we ongelijkheid op de arbeidsmarkt tussen mannen en vrouwen in stand. De uitkomsten van het onderzoek zijn zorgwekkend. Als het algoritme aanstuurt op deze selectie op gender, dan is dat verboden. Ik hoop dat onderzoek door het College voor de Rechten van de Mens en de Autoriteit Persoonsgegevens ervoor zorgt dat Meta zo snel mogelijk haar algoritmes aanpast.’

    Reactie Facebook
    Facebook zegt in haar reactie aan Global Witness dat zij veel doen om discriminatie tegen te gaan, bijvoorbeeld door adverteerders niet de mogelijkheid te geven gericht te selecteren op geslacht. En Facebook-gebruikers kunnen met de zoekfunctie op de advertentiepagina zelf zoeken naar advertenties.

    Rajae Azaroual: ‘Zelfs met deze aanpassingen en mogelijkheden blijft staan dat het algoritme lijkt te selecteren op grond van geslacht. Dat betekent dat mijn buurvrouw die wellicht graag elektricien wil worden, tijdens het scrollen door haar tijdlijn niet dezelfde kans krijgt om op een voor haar interessante vacature te stuiten.’

    De rol van het College en de Autoriteit Persoonsgegevens
    Als onderzoek door het College voor de Rechten van de Mens en de Autoriteit Persoonsgegevens aantoont dat het algoritme van Meta inderdaad discrimineert, dan vraagt Bureau Clara Wichmann aan beide partijen om aanbevelingen te doen om dit te stoppen. Het College kan aanbevelen dat Meta haar algoritme zodanig aanpast zodat discriminatie wordt voorkomen. De Autoriteit Persoonsgegevens kan een dwangsom eisen bij Facebook Netherlands om zo een einde te maken aan de discriminerende gegevensverwerking.

    De klacht voor het College voor de Rechten van de Mens is opgesteld in samenwerking met Brechtje Vossenberg en Thomas van der Somme (Prakken d’Oliveira) en studenten van de Business & Human Rights Clinic van de Universiteit van Amsterdam. Het Handhavingsverzoek voor de Autoriteit Persoonsgegevens is opgesteld in samenwerking met studenten van ILPLab van de Universiteit, begeleid door advocaat mr. Ot van Daalen.

  • Vrouwen in vrouwengevangenissen moeten veilig misstanden kunnen melden

    Bureau Clara Wichmann wil dat de rechten van gedetineerde vrouwen worden gerespecteerd zodat voor hen een veilige omgeving is gewaarborgd. Gedetineerde vrouwen moeten de mogelijkheid hebben vertrouwelijk melding te maken van (seksueel) grensoverschrijdend gedrag. Hier ligt een zorgplicht voor de Staat.

    Het is al langer bekend dat vrouwen in detentie te maken krijgen met seksueel misbruik, (seksueel) grensoverschrijdend gedrag en machtsmisbruik door gevangenisbewaarders. Vertrouwelijk melding maken van deze misstanden is echter zo goed als onmogelijk, zo blijkt uit verhalen van tientallen (ex-)gedetineerde vrouwen.

    Bureau Clara Wichmann pleit samen met vrouwen die slachtoffer zijn van deze misstanden en met Loonstein Advocaten voor erkenning van wat vrouwen is aangedaan en voor structurele verbeteringen in de vrouwengevangenissen. Vanwege de omvang en de ernst van de zaak is ook advocatenkantoor De Brauw Blackstone Westbroek (pro bono) betrokken.

    Het vandaag verschenen rapport van de Inspectie Justitie en Veiligheid[1]  erkent dat ernstige misstanden plaatsvinden in de PI Nieuwersluis. Ook stelt de Inspectie vast dat het voor gedetineerden niet mogelijk is om deze misstanden vertrouwelijk te melden. De aanbevelingen van de Inspectie zijn essentieel om de veiligheid van vrouwelijke gedetineerden te waarborgen en omstandigheden te verbeteren. Bureau Clara Wichmann verwelkomt de reactie van de Minister van Rechtsbescherming op het rapport.[2] We beraden ons samen met (ex-)gedetineerde vrouwen op vervolg stappen.

  • HOGER BEROEP IN ZAAK ‘AFSTANDSMOEDERS’ 

    Bureau Clara Wichmann en Trudy Scheele-Gertsen gaan in hoger beroep tegen de teleurstellende uitspraak van de Rechtbank Den Haag over de zaak ‘afstandsmoeders’. Met dit hoger beroep willen beide partijen dat de Staat alsnog aansprakelijk wordt gehouden voor het onrecht dat Trudy Scheele-Gertsen en duizenden andere moeders is aangedaan toen zij gedwongen werden hun kind af te staan. 

     

    Raad voor de Kinderbescherming schoot tekort
    Van 1956 tot 1984 werden tussen de 13.000 en 20.000 moeders onder druk gezet om hun kind af te staan. Veelal omdat ze ongehuwd waren. De Raad voor de Kinderbescherming had deze moeders moeten bijstaan en voorlichten over hun rechten, maar deed in veel gevallen het tegenovergestelde. Uit het dossier van Trudy Scheele-Gertsen en getuigenverklaringen van andere moeders, blijkt hoe de Raad voor de Kinderbescherming alles in werking zette om kinderen bij hen weg te halen en te houden. Dit heeft bij de moeders, kinderen en andere betrokkenen groot leed veroorzaakt.

     

    De tijdgeest

    De rechtbank Den Haag oordeelde op 26 januari 2022 dat de Raad voor de Kinderbescherming, en dus de Staat, niet structureel juridisch verwijtbaar heeft gehandeld. Omdat de handelswijze van de Raad voor de Kinderbescherming samen zou hangen met de tijdgeest. 

    Linde Bryk, hoofd strategische rechtszaken van Bureau Clara Wichmann: ‘In de jaren ‘50 tot ‘80 was er sprake van een systeem van uitsluiting en onderdrukking van ongehuwde moeders. Een systeem dat zich erop richtte dat deze vrouwen afstand deden van hun kinderen. Juist toen had de overheid, specifiek de Raad voor de Kinderbescherming, deze vrouwen moeten beschermen tegen deze maatschappelijke, sociale en religieuze druk. Wij leggen ons dan ook niet neer bij een verwijzing naar “de tijdgeest” en zijn dus in hoger beroep gegaan’. 

    Verjaring

    Deze zaak gaat over gebeurtenissen die plaatsvonden tussen 1956 en 1984. De Rechtbank heeft geen uitspraak gedaan over mogelijke verjaring, maar geeft aan dat er goede gronden zijn om aan te nemen dat een verjaringsverweer kan slagen. Bureau Clara Wichmann en Trudy Scheele-Gertsen vinden dat de Staat, omdat het leed van deze vrouwen, hun kinderen en familieleden nog altijd voortduurt, zelf verantwoordelijkheid moet nemen en daarom geen beroep op verjaring moet doen. 

    Lisa-Marie Komp, advocaat: ‘Jarenlang hebben Trudy Scheele-Gertsen en de vele andere vrouwen die tegen hun wil van hun kind zijn gescheiden gezwegen. Het leed dat hen was aangedaan, was te groot. Als de vrouwen de moed hadden te zoeken naar hun afgestane kinderen of inzage in hun dossiers wilden, stuitten zij daarbij vaak op verzet bij de instanties. De Staat heeft deze vrouwen in de periode 1956-1984 in de steek gelaten en doet dat nu weer door zich op verjaring te beroepen. Het beroep op verjaring is in deze situatie ongepast.’

    Wat moet er gebeuren?

    Trudy Scheele-Gertsen en Bureau Clara Wichmann willen een erkenning  dat er onrechtmatig is gehandeld jegens deze moeders en dat de Raad is tekortgeschoten jegens deze moeders. In lijn met Ierland en Australië ligt een nationaal excuus en een regeling voor schadeloosstelling voor de hand. 


    Lisa-Marie Komp, van advocatenkantoor Prakken d’Oliveira, vertegenwoordigt in deze procedure Trudy Scheele-Gertsen en Bureau Clara Wichmann. Namens advocatenkantoor Stibbe staan Branda Katan, Ivar Koudstaal, Laurence van ‘t Hoff en Jeltje Straatman Bureau Clara Wichmann Pro Bono bij. 

     

  • Yomi van der Veen nieuwe directeur van Bureau Clara Wichmann

    Per 1 april treedt Yomi van der Veen aan als nieuwe directeur van Bureau Clara Wichmann. Zij volgt hiermee Anniek de Ruijter op, die sinds 2010 aan het roer stond van het Bureau.

    Nadat de subsidie van het Clara Wichmann Instituut in 2003 gestopt was – want volgens de minister was de emancipatie voltooid – splitste het Instituut op in twee organisaties, de Vereniging voor Vrouw en Recht en het Proefprocessenfonds Clara Wichmann. De Ruijter stond in 2018, na acht jaar voorzitterschap van het bestuur van het Proefprocessenfonds, aan de wieg van de doorstart van Bureau Clara Wichmann. Onder De Ruijter, heden hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, groeide het Bureau uit tot een daadkrachtige en slagvaardige organisatie die inmiddels toonaangevend is op het gebied van gendergelijkheid en de rechtspositie van vrouwen in Nederland.

    Anniek de Ruijter:

    “Toen ik aantrad als lid van het bestuur van het Proefprocessenfonds was er een relatief klein fonds waar de laatste rechtszaken die nog liepen uit konden worden betaald. In de eerste jaren was het zwaar. Maar in de loop van de tijd ging er een andere wind waaien, ook maatschappelijk. We konden door de hulp van bevriende kantoren een aantal mooie nieuwe zaken starten en de donateurs bleven ons steunen. Met een stevig portfolio aan rechtszaken en een groeiend team is het voor mij echter nu tijd om onze ‘start-up’ organisatie over te dragen in de professionele handen van een nieuwe full-time directeur. We zijn ontzettend trots en blij dat we Yomi van der Veen hebben gevonden om onze organisatie verder duurzaam te ontwikkelen zodat we ook in de toekomst steeds scherp aan de wind en op impact gericht kunnen blijven!”

    Met Van der Veen haalt het Bureau een ervaren manager en bedrijfsvoerder met hart voor intersectioneel feminisme en gendergelijkheid in huis: voorafgaand aan haar aantreden als directeur van het Bureau was Yomi managing director van het Amsterdam Institute for Social Science Research (AISSR) van de Universiteit van Amsterdam. Met Yomi als voltijd directeur gaat het Bureau een tijd tegemoet van verdere professionalisering en groei.

    Yomi van der Veen:

    “Ik wil me heel graag inzetten voor een eerlijkere en rechtvaardigere wereld waarin iedereen gelijkwaardig is. In deze huidige tijd met verschillende crises denk ik dat er nog meer urgentie is om de maatschappelijke en rechtspositie van vrouwen te verbeteren. Ik ben ervan overtuigd dat dat het algemeen belang dient. Bureau Clara Wichmann heeft op dit gebied enorm veel mooie resultaten behaald en ik kijk ernaar uit om daarop voort te bouwen met het team. Veel dank aan Anniek voor alles dat zij voor Bureau Clara Wichmann heeft betekend in de afgelopen 13 jaar.”

    Anniek de Ruijter zal betrokken blijven bij het Bureau als lid van het bestuur. Bureau Clara Wichmann is Anniek dankbaar voor haar onvermoeibare inzet, zonder welke de organisatie niet zou zijn geweest wat het nu is, en verwelkomt Yomi van harte in ons midden.

  • Centrale Raad van Beroep oordeelt: uitsluiting PGB zorgverleners van sociale zekerheid is verboden discriminatie

    PGB-werknemers die in een particulier huishouden werken, mogen niet worden uitgesloten van het recht op sociale zekerheid, zo oordeelde de Centrale Raad van Beroep vandaag. De uitspraak heeft grote gevolgen voor tienduizenden PGB-zorgverleners die momenteel geen sociaal vangnet hebben.

    In 2020 stapte Carol Kollmann met steun van Bureau Clara Wichmann en de Vereniging voor Vrouw en Recht, bijgestaan door advocatenkantoor Houthoff, naar de rechter. Kollmann werkte als zorgverlener voor een oudere vrouw, die daarvoor een Persoonsgebonden Budget (PGB) kreeg. Toen de vrouw naar een verzorgingstehuis ging, kwam Kollmann zonder werk te zitten. Bij het UWV kwam zij erachter dat ze geen recht bleek te hebben op een WW-uitkering omdat zij zou vallen onder de ‘Regeling dienstverlening aan huis’.

    In december 2021 oordeelde de Rechtbank Rotterdam dat Kollmann wel degelijk recht heeft op een WW-uitkering, en dat de Regeling dienstverlening aan huis ervoor zorgde dat zij werd gediscrimineerd ten opzichte van andere werknemers. Deze uitspraak is vandaag bevestigd door de hoogste rechter in zaken betreffende sociale zekerheid, de Centrale Raad van Beroep. Net als de rechtbank oordeelde de Centrale Raad dat de uitsluiting van PGB-zorgverleners van het recht op sociale zekerheid discriminatie van vrouwen vormt, aangezien ruim 95% van deze werknemers vrouw zijn, en dat hiervoor geen objectieve rechtvaardiging is.

    De uitspraak van de Centrale Raad betekent dat tienduizenden PGB-zorgverleners die arbeidsongeschikt of werkloos raken, aanspraak kunnen maken op sociale zekerheidsrechten zoals de WW en WIA. De wetgever zal op dit punt de wet moeten aanpassen.

    Rechtzetten discriminatie

    Onder de Regeling dienstverlening aan huis vallen circa 30.000 mensen die werken voor particulieren die hun hulp en zorg betalen uit een persoonsgebonden budget. Door de Regeling zijn deze zorgverleners goedkoper dan gewone werknemers: voor hen worden geen premies, werknemersverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekering afgedragen. Omdat de overgrote meerderheid van de PGB zorgverleners vrouw is, is volgens Bureau Clara Wichmann sprake van discriminatie op grond van geslacht. Deze discriminatie werd volgens de overheid gerechtvaardigd door het willen tegengaan van zwartwerk en het stimuleren van de arbeidsmarkt voor persoonlijke dienstverlening.

    De Centrale Raad heeft nu uitgesproken dat dit geen objectieve rechtvaardigingsgronden zijn:

    “De regeling heeft verder niet het effect gehad dat de werkgelegenheid op de markt voor persoonlijke dienstverlening is bevorderd en dat illegale arbeid is voorkomen. Voor het indirecte onderscheid naar geslacht bestaat dus geen objectieve rechtvaardiging.”

    Marlies Vegter, jurist, Bureau Clara Wichmann:

    “Door de Regeling dienstverlening aan huis worden de kosten voor zorgverlening en sociale zekerheid neergelegd bij de hoofdzakelijk vrouwelijke werknemers in deze sector. Wij zijn blij dat de rechter heeft geoordeeld dat aan deze vorm van discriminatie een einde moet worden gemaakt.”

    Leontine Bijleveld, expert rechtspositie huishoudelijke werkers:

    “Uit deze uitspraak volgt dat het kabinet eindelijk de publiek gefinancierde zorgverleners aan huis als volwaardige werknemers moet erkennen. Nederland moet internationaalrechtelijk in de pas lopen. Dankzij de procedure van Carol Kollmann is een jarenlange strijd hiervoor met succes bekroond.”

    Rechtspositie overige huishoudelijk werkers

    De uitspraak heeft vooralsnog geen gevolgen voor de huishoudelijk werkers die niet op basis van een persoonsgebonden budget werken. Voor deze groep blijft de Regeling dienstverlening aan huis gelden. De Centrale Raad heeft zijn oordeel toegespitst op de groep PGB zorgverleners, die anders dan reguliere huishoudelijk werkers betaald worden uit publiek geld. Bureau Clara Wichmann en de Vereniging voor Vrouw en Recht zijn echter van mening dat de Regeling dienstverlening aan huis ook niet langer dient te worden toegepast op andere huishoudelijk werkers en dat zij ook aanspraak moeten kunnen maken op sociale zekerheid. Zij roepen het kabinet op de regeling snel helemaal af te schaffen.

    Tot die tijd is het voor alle PGB-zorgverleners die een uitkering willen aanvragen, zaak om zich bij hun aanvraag te beroepen op de uitspraak van de Centrale Raad. Ook raadt Bureau Clara Wichmann aan het UWV te verzoeken om hun arbeidsverleden te registreren. Hierbij kunnen zij geholpen worden door de Vrouwenrechtswinkel in Amsterdam. De organisatie roept mensen die dit doen op om hun ervaringen te delen via info@nieuw.clara-wichmann.nl.

    Het UWV heeft zes weken om tegen de uitspraak beroep in cassatie in te stellen bij de Hoge Raad. Dat moet betrekking hebben op schending of verkeerde toepassing van bepalingen over werkgever, werknemer, dienstbetrekking en loon.

  • Geen erkenning voor leed in zaak ‘De Goede Herder’: zaak verjaard

    De Rechtbank Haarlem heeft vandaag de vorderingen van 19 eiseressen en Bureau Clara Wichmann tegen katholieke congregatie De Goede Herder afgewezen. De eiseressen zochten erkenning voor het leed dat is aangedaan aan hen en andere jonge vrouwen die in de instellingen van de kloosterorde terechtkwamen en die daar dwangarbeid verrichtten.

    Tussen 1860 en 1979 werden duizenden meisjes en jonge vrouwen, bijvoorbeeld omdat zij een zwangerschap buiten het huwelijk hadden gehad of slachtoffer waren van huiselijk geweld, tewerkgesteld in de kloosters van de Zusters van de Goede Herder. Zij verrichtten onbetaalde arbeid, kregen geen onderwijs en leidden een geïsoleerd bestaan. In de rechtszaak stellen de eiseressen en Bureau Clara Wichmann dan ook dat de rechten van deze jonge vrouwen en meisjes op vele vlakken werden geschonden. Zo was er sprake van een schending van het destijds al geldende verbod op dwangarbeid.

    De rechtbank oordeelde vandaag dat de vorderingen van de eiseressen verjaard zijn en dat deze verjaring voor de groep vrouwen niet kan worden doorbroken.

    Verjaring

    De eiseressen stelden dat de verjaringstermijn voor de zaak weliswaar verstreken zou zijn, maar dat de ernst van de omstandigheden maakt dat de verjaring doorbroken moet worden. Ook stelden zij dat het voor hen niet mogelijk was om De Goede Herder aansprakelijk te stellen voordat de verjaringstermijn verstreken was, omdat zij hierin belemmerd werden door het trauma dat zij in de kloosters hebben opgelopen. De rechtbank ging daar niet in mee. De rechtbank oordeelt dat het in deze zaak niet mogelijk is om de verjaring als groep te doorbreken, omdat de verschillen tussen de ervaringen van de eiseressen te groot werden bevonden om gemeenschappelijk beoordeeld te worden.

    Beraden op hoger beroep

    Rajae Azaroual, jurist Bureau Clara Wichmann:

    “De uitspraak is teleurstellend. Duizenden meisjes en jonge vrouwen hebben destijds dwangarbeid voor de kloosterorde verricht, wat in die tijd ook al verboden was. Hiermee heeft katholieke congregatie De Goede Herder zich jarenlang verrijkt over de rug van deze meisjes en jonge vrouwen. Nu de rekening komt wil zij niet betalen. Helaas heeft de rechtbank de zaak afgedaan op de verjaring. Wij blijven erbij dat de Goede Herder onrechtmatig heeft gehandeld jegens deze vrouwen. Zodra we de uitspraak uitvoerig hebben gelezen, gaan we ons op vervolgstappen beraden.” 

    De eiseressen waaronder Bureau Clara Wichmann worden in de procedure vertegenwoordigd door mr. Liesbeth Zegveld van advocatenkantoor Prakken d’Oliveira.

  • Schotse excuses voor gedwongen adopties – Nederlandse regering aan zet

    De Schotse premier Nicola Sturgeon heeft gisteren, 22 maart 2023 officiële excuses aangeboden voor de gedwongen adopties in Schotland in de tweede helft van de twintigste eeuw, zo berichtte de NOS. Tienduizenden ongehuwde vrouwen werden van 1950 tot in de jaren 80 gedwongen hun pasgeboren kinderen af te staan voor adoptie. Zij werden geacht niet in staat te zijn hun kinderen op te voeden, omdat zij niet getrouwd waren. Velen van hen raakten getraumatiseerd als gevolg van de scheiding van hun kind en hun behandeling in de instellingen waar zij bevielen. Met deze excuses wordt het leed van deze Schotse vrouwen erkend, al blijft een concrete schaderegeling vooralsnog uit.

    Met het maken van officiële excuses volgt Schotland andere landen, zoals Australië en Canada, die al eerder excuses aanboden voor het stelselmatig en dwangmatig wegnemen van kinderen bij ongehuwde moeders. Ook in Nederland werden in deze tijd ongehuwde moeders systematisch gediscrimineerd en kwamen in dezelfde periode gedwongen adopties voor: in ieder geval 13.000 vrouwen hebben hier afstand moeten doen van hun kind. Bureau Clara Wichmann ondersteunde de rechtszaak van Trudy Scheele-Gertsen, die in de jaren 60 haar zoon tegen haar wil af heeft moeten staan ter adoptie. De rechtbank oordeelde in die zaak dat de Staat niet structureel juridisch verwijtbaar heeft gehandeld en dat de manier waarop de Raad voor de Kinderbescherming handelde samenhangt met de tijdsgeest, maar benadrukte wel dat het van belang is dat de stem van de afstandsmoeders een plek krijgt in de samenleving.

    Nu de Schotse regering excuses heeft gemaakt voor het leed dat deze vrouwen is aangedaan, hoopt Bureau Clara Wichmann dat ook de Nederlandse regering zal volgen, door naast excuses te maken ook aan de slag te gaan met een regeling om het leed dat deze vrouwen in Nederland is aangedaan te erkennen.

    “Decennialang is vrouwen leed aangedaan doordat zij gedwongen afstand hebben moeten doen van hun kind(eren). Tot op de dag van vandaag gaan deze vrouwen hieronder gebukt. Wij kaarten dit onrecht aan en vragen de Staat het leed van deze vrouwen te erkennen, excuses te maken en deze vrouwen tegemoet te komen in de door hen geleden schade.”

    – Linde Bryk, hoofd strategische rechtszaken, Bureau Clara Wichmann