Goed nieuws! De pilot van de overtijdbehandeling door huisartsen is geslaagd.
Vandaag staat hier een uitgebreid artikel over in Medisch Contact: Overtijdbehandeling door de huisarts lessen uit de praktijk. Vorig jaar stelde het Gerechtshof in een rechtszaak die Bureau Clara Wichmann samen met Women on Waves en een groep huisartsen en verloskundigen was gestart dat het niet duidelijk was of het voorschrijven van de overtijdpil door huisartsen onder de strafbaarstelling van artikel 269 WvSR viel, omdat de overtijdbehanding expliciet is uitgesloten van strafbaarstelling in het wetgevingstraject van de Abortuswet in 1981. De overtijdbehandeling is enkel bedoeld om een zwangerschap te voorkomen tot twee weken na het uitblijven van de menstruatie.
“We zijn blij dat uit deze pilot zo duidelijk blijkt wat de meerwaarde is voor vrouwen van deze zorg door zorgprofessionals in de eerste lijn. In Nederland zijn het nu eenmaal de huisartsen en verloskundigen in de wijk waar vrouwen als eerste aankloppen. De pilot laat ook goed zien dat juist als het gaat om vrouwen voor wie schaamte en geheimhouding erg belangrijk zijn, de huisarts een enorm fijne oplossing kan bieden als je onbeschermde sex hebt gehad en je wilt voorkomen dat je zwanger wordt.” Aldus Anniek de Ruijter, directeur van vrouwenrechtenorganisatie Bureau Clara Wichmann
De overtijdpil is een laagdrempelige manier om te voorkomen dat je zwanger wordt. Uit de pilot bleek dat onder professionele begeleiding van een bekwame huisarts de vrouwen laagdrempelig en binnen zeer korte tijd konden worden geholpen met hun zorgvraag voor een overtijdbehandeling.
“We hopen dat op basis van deze bevindingen de standaarden en leidraden ook door de NHG worden aangeboden aan de rest van de Nederlandse huisartsen.” Aldus De Ruijter
Op dit moment is er in de Tweede Kamer een wetsvoorstel aanhangig dat het afbreken van een zwangerschap onder begeleiding van de huisarts mogelijk wenst te maken tot 9 weken zwangerschap. Dit wetsvoorstel betreft niet de overtijdpil, nu er bij de overtijdbehandeling geen sprake is van een afbreking van een zwangerschap.
Tot 1 juli 2014 werden Nederlanders die hun geslachtsregistratie wilden wijzigen verplicht een sterilisatie en andere vergaande lichamelijke wijzigingen te ondergaan. Deze eisen, die destijds in het Burgerlijk Wetboek stonden, waren in strijd met fundamentele mensenrechten. Dat stellen initiatiefneemster Willemijn van Kempen, Bureau Clara Wichmann, Transgender Netwerk Nederland (TNN), Nederlandse organisatie voor seksediversiteit (NNID) en andere individuele gedupeerden.
Tussen 1985 en 2014 moesten mensen die hun geslachtsregistratie wilden wijzigen eerst geslachtsaanpassende operaties en onomkeerbare sterilisatie ondergaan. Deze operaties waren medisch niet noodzakelijk maar wel wettelijk verplicht. Met grote gevolgen voor de mensen bij wie op de geboorteakte een verkeerd geslacht was opgetekend.
“De staat heeft mij mijn vruchtbaarheid afgepakt,” zegt Willemijn van Kempen, die het initiatief heeft genomen om samen met belangenorganisaties en andere gedupeerden een gesprek met de overheid hierover aan te gaan. Zij had dolgraag samen met haar vrouw kinderen willen krijgen. Maar toen ze in de jaren 1990 in transitie ging, moest ze kiezen tussen vruchtbaarheid of een V in haar paspoort. De mogelijkheid om genetisch materiaal te bewaren kreeg ze niet.
Sinds 1995 zijn ruim 1200 transgender en intersekse mensen hiervan het slachtoffer geworden.* Van 1985 tot 2014 waren sterilisatie en andere vergaande lichamelijke aanpassingen namelijk harde voorwaarden voor wijziging van de geslachtsregistratie. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) oordeelde in 2017 over vergelijkbare wetgeving in Frankrijk dat die in strijd was met fundamentele mensenrechten. De medische behandelingen waren immers verplicht en konden niet gelden als ‘vrijwillig’, want zonder die behandelingen konden de personen in kwestie hun geslachtsregistratie niet wijzigen.
Diep leed
Volgens vrouwenrechtenorganisatie Bureau Clara Wichmann werden mensen voor een onmogelijke keuze gesteld. Ze konden weliswaar kiezen voor verbetering van hun kwaliteit van leven, maar tegen een veel te hoge prijs. “Deze wetgeving heeft diep leed veroorzaakt bij transgender en intersekse personen,” zegt Santi van Toorn van Bureau Clara Wichmann. “Het wordt tijd dat de overheid dit erkent en hierin haar verantwoordelijkheid neemt.”
Van Kempen wilde enkel als vrouw verder leven en was overgeleverd aan de wet. “Het was daarna een lange weg me te bevrijden van het idee dat ik geen kinderen hoorde te krijgen”. “Terugkijkend zie ik hoe vernederend en beschadigend het was dat de staat bepaalde wie een ouder mag zijn. Alsof je als trans persoon geen goede ouder kan zijn.”
Onethisch
Van Kempen, Bureau Clara Wichmann, TNN, NNID en andere gedupeerden stellen dat de eisen van sterilisatie en andere lichamelijke aanpassingen in strijd waren met internationale verdragsbepalingen en rechtsbeginselen. De Nederlandse Staat heeft onrechtmatig gehandeld door die eis in te voeren en te handhaven, vinden de organisaties. Daarom hebben zij de Staat aansprakelijk gesteld voor het leed en eisen ze publieke erkenning en een passende compensatie voor de gedupeerden.
Het Zweedse parlement heeft in 2018 zelf verantwoordelijkheid genomen en een compensatieregeling ingesteld. Volgens TNN-voorzitter Brand Berghouwer is het belangrijk dat Nederland eenzelfde signaal afgeeft, en publiekelijk erkent dat de sterilisatie-eis mensenrechten heeft geschonden. “Bovendien,” zo stelt hij, “kan Nederland ook als voorbeeld dienen voor landen waar de sterilisatie-eis nog steeds geldt, zoals bijvoorbeeld Finland.”
Aansprakelijk
Van Kempen, Bureau Clara Wichmann, TNN, NNID en de andere individuele gedupeerden hopen dat Nederland het voorbeeld van Zweden volgt. Zij hebben de Staat nu aansprakelijk gesteld en verzocht om op korte termijn in overleg te treden. “Mensen moeten weten dat dit is gebeurd,” zegt Van Kempen. “Nederland zou juist vanwege haar internationale inzet voor de bescherming van mensenrechten ook eerlijk moeten zijn over de eigen gemaakte fouten; én daar verantwoordelijkheid voor nemen.”
*De voorwaarden zijn ingegaan in 1985, data over mensen die van geslacht veranderen is bekend vanaf 1995 ivm het invoeren van de BRP.
Op vrijdag 14 februari overhandigden progressieve burgerbeweging DeGoedeZaak en vrouwenrechtenorganisatie Bureau Clara Wichmann (BCW) namens 7228 mede-eisers een dagvaarding voor de Staat om gratis toegang tot anticonceptie af te dwingen. De organisaties brachten de dagvaarding symbolisch langs bij minister Bruins van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Hij nam een bord in ontvangst met de boodschap ‘liefde is een dagvaarding van 7228 mede-eisers voor gratis anticonceptie.
Anniek de Ruijter, directeur Bureau Clara Wichmann, “Kosteloze anticonceptie is een zaak van de overheid: anticonceptie is een fundamenteel reproductief recht. Het maatschappelijke, economische en individuele gewin van anticonceptie weegt makkelijk op tegen de kosten hiervan op de begroting van de overheid.”
Het overhandigen van de dagvaarding is de eerste stap in de rechtszaak die de Nederlandse ertoe moet doen bewegen anticonceptie weer voor iedereen gratis beschikbaar te maken. De gratis toegang tot anticonceptie was lange tijd gegarandeerd. Tijdens een bezuinigingsronde in 2011 werd het echter uit het basispakket van de zorgverzekering gehaald. Nu zijn het vooral vrouwen die opdraaien voor de kosten: Van alle mensen die anticonceptie gebruiken is 4% man en 96% vrouw.
BCW en DeGoedeZaak, en hun 7228 mede-eisers vinden dat anticonceptie voor iedereen gratis toegankelijk moet zijn. Ondanks groot maatschappelijk draagvlak, in 2019 ondertekenden meer dan 55.000 mensen een petitie met een soortgelijke oproep, en de steun van tal van medische en maatschappelijke organisaties en verschillende politieke partijen weigert het kabinet dit politiek te regelen. Onder de mede-eisers zit een groot aantal bekende feministen, influencers en opiniemakers, zoals Thekla Reuten, Nadia Bouras en Tim Hofman.
Eline Peters van DeGoedeZaak: “8% Van de Nederlanders kan zich om financiële redenen niet beschermen tijdens de seks. Daarnaast is er een groot probleem met de toegang tot de juiste anticonceptie. Het is een basisrecht, vrouwen kunnen door de toegang tot gratis anticonceptie volwaardig meedoen in de samenleving.”
Bureau Clara Wichmann en DeGoedeZaak beroepen zich in de dagvaarding op artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Recht van de Mens, waarin het recht op zelfbeschikking geregeld is. Verder zien ze in artikel 14 van dat verdrag over discriminatie op basis van geslacht en artikel 16 van het VN-vrouwenverdrag voldoende argumenten voor een gang naar de rechter. In dat verdrag verplichte staten zich ertoe alle passende maatregelen te nemen om discriminatie op het gebied van gezondheidszorg uit te bannen
Op 19 december publiceerde Rijksoverheid het onderzoek naar de werkwijze in de instellingen van de kloosterorde De Goede Herder in de periode 1945-1975 en de rol van de overheid daarbij. In de kloosters van de Zusters van de Goede Herder werkten tussen 1860 en 1973 jonge vrouwen.
Deze vrouwen moesten dwangarbeid uitvoeren onder het gezag van de nonnen van de congregatie van de Goede Herder. Hoewel internationaal- en Europeesrechtelijke normen later zijn verduidelijkt, gold tussen 1945 en 1975 de conventie van de Internationale Arbeidsorganisatie al. En die stelt heel helder dat dwangarbeid, en zeker kinderarbeid ten strengste verboden is, zo concludeert ook het onderzoek.
Desondanks, moesten de vrouwen van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat in naaiateliers en wasserijen werken, met alleen tijd voor gebed tussendoor. De vrouwen genoten geen onderwijs, werden geïsoleerd van de maatschappij en hadden geen vrije tijd. Ze moesten werken met gevaarlijke machines, blijkt uit het onderzoek. Er was echter zeer gebrekkige medische zorg, en er blijkt dat er zelfs sprake is geweest van het verplicht toedienen van medicatie.
Als de vrouwen geen werk verrichtten, werd dit afgedwongen door bedreiging met een straf. Dit kon variëren van het inhouden van beloningen in de vorm van snoep of sigaretten, maar ook tot afzondering in een isoleercel.
Hiernaast blijkt uit het onderzoek hoe weinig privacy en bewegingsruimte de vrouwen hadden. Er was sprake van afgesloten terreinen, en ze werden tot in de badkamer en het toilet gevolgd. Ook sociaal werden de vrouwen ernstig beperkt: vriendschappen werden ontmoedigd, en tijdens het werken en de overige dagbesteding was praten verboden. Contact met familie en anderen in de buitenwereld was er niet of nauwelijks. De vrouwen hadden ook geen klachtrecht: dus als ze al durfden om voor zichzelf op te komen, die mogelijkheid was er niet.
Het onderzoek laat bovenal pijnlijk zien hoe de Nederlandse overheid heeft nagelaten te controleren, op dwangarbeid, leerplicht, psychisch en fysiek geweld, ook al is de overheid hier in die tijd op aangesproken.
De onderzoekers concluderen dan ook het volgende:
‘Dat de overheid een sterkere en centrale regie had moeten en kunnen nemen ten aanzien van de handhaving van de regels met betrekking tot arbeid en het bevorderen van (beroeps)onderwijs in de residentiële jeugdzorg: het verzuilde externe toezicht was ondoorzichtig, gefragmenteerd, lange tijd ook nauwelijks geprofessionaliseerd en te weinig kindgericht. Bovendien heeft de overheid adviezen tijdens de onderzoeksperiode, om in de kinderbescherming uitvoerings- en toezichtsorganen te centraliseren, niet opgepakt.’
Het is de overheid aan te rekenen dat signalen genegeerd zijn en dat deze verschrikkelijke situatie zich zo lang heeft kunnen voordoen, en op deze manier zoveel vrouwen slachtoffer heeft kunnen maken van het verwerpelijke regime wat de kloosterorde De Goede Herder hanteerde.
Minister Dekker heeft in een brief aan de kamer medegedeeld dat hij een pakket aan erkenningsmaatregelen aan het uitwerken is voor de slachtoffers van de De Goede Herder. In februari zal de Kamer hier nader over worden geïnformeerd.
De jaren bij De Goede Herder hebben duizenden vrouwen getraumatiseerd. Er moet voor deze vrouwen worden opgekomen. Vrouwen die slachtoffer zijn geworden van de jarenlange uitbuiting door de congregatie van de Goede Herder kunnen zich bij Bureau Clara Wichmann melden.
Elk jaar publiceert het World Economic Forum (WEF) de Global Gender Gap Index, een wereldwijde graadmeter op het gebied van gendergelijkheid. In de gisteren uitgekomen index is Nederland nog verder gezakt van plek 27 naar een schokkende 38 ste plek van in totaal 153 landen, terwijl we in 2006 nog op de 12 de plek stonden. Niet alleen is Nederland voorbijgestreefd door een flink aantal landen, ook blijkt dat genderongelijkheid in Nederland zelf is toegenomen. In de index werd gekeken naar de sectoren economie, politiek, onderwijs en gezondheid waarbij de eerste twee van grote invloed blijken op de vrije val van Nederland in de ranglijst.
Economie
Uit de Global Gender Gap Index blijkt dat vrouwen veel vaker dan mannen (75 procent ten opzichte van 40 procent) in deeltijd werken. Hoewel dit in het verleden een goed middel bleek om arbeidsparticipatie onder vrouwen te verhogen, is het nu tijd voor een volgende stap: een eerlijker verdeling van betaald werk en onbetaalde zorg tussen mannen en vrouwen. Want vrouwen verrichten substantieel vaker vrijwilligerswerk dan mannen en nemen aanzienlijk meer zorgtaken op zich. Deze Gender Gap Index laat met grote urgentie zien dat er beter beleid moet komen om vrouwen te faciliteren om financieel zelfstandig te zijn en betaald werk te doen, als ze hiervoor kiezen. Hiernaast moeten mannen worden gefaciliteerd om meer zorgtaken op zich te nemen. Daarnaast kan eerlijke verdeling van betaald werk en onbetaalde zorg leiden tot de hoognodige politieke participatie van vrouwen.
Politieke participatie
Waar een groot aantal landen vooruitgang boekte wanneer het gaat om politieke participatie, is dit in Nederland niet het geval. Nog nooit is er sprake geweest van gendergelijkheid in de Tweede Kamer: waar we in 2010 goed op weg waren met 43 procent, is op dit moment slechts 33 procent vrouw.
Ook heeft het land Nederland nog nooit een vrouwelijke minister-president gehad, terwijl dat in het Koninkrijk Nederland al meerdere keren het geval was. Alle partijen zouden in de samenstelling van hun lijst rekening moeten houden met de schaamtevolle plek van Nederland op de Gender Gap index. Dat kan al in de nu aankomende verkiezingen. Het quotum voor vrouwen in de Raad van Commissarissen van grote bedrijven is een grote doorbraak. Om ervoor te zorgen dat ook in de politiek meer vrouwen besluitvormende posities bekleden zijn ook daar dwingende en stimulerende maatregelen nodig vanuit de overheid.
Wat ontbreekt is een overheidsbrede integrale visie op gendergelijkheid, waarbij de politiek verantwoordelijk minister – of minister-president – ook echt de bevoegdheid heeft om overkoepelend beleid op te leggen en af te dwingen. Het is mooi dat gendergelijkheid een kernwaarde is in het Nederlands buitenlands beleid, maar dit zou ook in het binnenlands beleid centraal moeten staan.
De Alliantie Samen werkt het! streeft naar een maatschappij waarin vrouwen en mannen daadwerkelijk gelijke kansen krijgen om betaalde arbeid en zorg te combineren. De alliantie bestaat uit Bureau Clara Wichmann, Movisie, de Nederlandse Vrouwen Raad, WOMEN Inc. en WO=MEN.
Vandaag staan Bureau Clara Wichmann en NJCM tegenover het ministerie van Volksgezondheid voor een hoorzitting rondom het Nu Niet Zwanger programma. De organisaties stellen dat deze hulpverlening vanuit de overheid als initiële doel heeft om ‘kwetsbare vrouwen’ te overtuigen om nu niet zwanger te worden.
Het Nu nietzwanger programma is door het ministerie uitgerold in gemeenten waarbij hulpverleners indringende gesprekken voeren met ‘kwetsbare’ vrouwen over de kinderwens. Maar het ministerie heeft het programma onvoldoende getoetst. Ook heeft het ministerie niet, of in ieder geval onvoldoende, onderzocht hoe de mensenrechten van deelnemers worden gewaarborgd bij de uitvoering van het programma. Bureau Clara Wichmann (BCW) en Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM) maken bezwaar tegen het subsidiebesluit, op grond waarvan het ministerie ruim zeven miljoen euro waarmee het programma wordt uitgebreid naar 50 regio’s en zo landelijk dekkend wordt.
Bezwaar
In de eerste plaats gaat het de organisaties om het grondrecht dat iedereen een vrijwillige keuze mag maken voor het wel of niet hebben van kinderen. In de tweede plaats lopen deelnemers aan het programma het gevaar dat zij met bepaalde stereotyperingen worden benaderd. In de derde plaats hebben BCW en NJCM zorgen over de bescherming van de privacy van deelnemers.
‘Het is nu volstrekt onduidelijk welke vrouwen als ‘kwetsbaar’ worden beschouwd en wie deze gesprekken met hen voert. Juist als vrouwen kwetsbaar zijn, moeten ze worden beschermd tegen een oppermachtige overheid’, aldus Anniek de Ruijter, directeur Bureau Clara Wichmann
Vergoeding anticonceptie
Het Nu niet Zwanger programma wordt tevens door het ministerie als argument opgevoerd om anticonceptie niet te hoeven te vergoeden in het basispakket. De ‘kwetsbare’ vrouwen zouden zo alsnog via gemeentes toegang kunnen krijgen tot anticonceptie. Zowel BCW als NJCM stellen dat het positief is als vrouwen meer controle krijgen over hun kinderwens en het aanbieden van gratis anticonceptie belangrijk is. Maar hierbij moet voldaan worden aan alle relevante mensenrechtelijke verplichtingen. En dit lijkt bij het programma niet het geval omdat het programma is uitgerold met het initiële doel om vrouwen te overtuigen ‘nu niet zwanger te worden‘. Het programma is ook haastig opgezet: van voldoende waarborgen lijkt geen sprake.
Vandaag vindt de hoorzitting plaats. De uitspraak is begin volgend jaar.
Bureau Clara Wichmann en DeGoedeZaak vinden dat anticonceptie voor iedereen gratis moet zijn. Daarom starten de organisaties een rechtszaak tegen de Staat en roepen zij vanaf vandaag iedereen op om mede-eiser te worden via eenzaakvooriedereen.nl.
Achtergrond
Begin jaren 70 leek die strijd al gestreden. Met de slogan ‘Moeders wil is wet, met de pil naar bed’, pleitten de Dolle Mina’s voor anticonceptie in het basispakket – met succes. Maar in 2011 werd de strijd teniet gedaan. Met het argument dat anticonceptie niet ‘medisch noodzakelijk’ is, werd het uit het basispakket gehaald. Nu zijn het vooral vrouwen die opdraaien voor de kosten: van alle mensen die anticonceptie gebruiken is 4% man en 96% vrouw.
Mensenrecht
Vrouwen kunnen door de toegang tot anticonceptie volwaardig meedoen in de samenleving; onderwijs, arbeid en financiële zelfstandigheid komen hierdoor binnen handbereik. Anticonceptie gaat daarom de gehele samenleving aan.
Anniek de Ruijter, directeur Bureau Clara Wichmann: “Kosteloze anticonceptie is een zaak van de overheid: anticonceptie is een fundamenteel reproductief recht. Het maatschappelijke, economische en individuele gewin van anticonceptie weegt makkelijk op tegen de kosten hiervan op de begroting van de overheid.”
Eerder dit jaar werd al een petitie aangeboden in de Tweede Kamer, om anticonceptie weer in het basispakket op te laten nemen. De petitie werd in een week tijd door 55.000 mensen ondertekend. Desondanks werd het voorstel van Ploumen niet aangenomen.
Eline Peters van DeGoedeZaak: “Met de petitie zagen we al dat er groot maatschappelijk draagvlak is om de kosten van anticonceptie door de overheid te laten vergoeden. Verdeeldheid in de coalitie zit verandering in de weg, maar een grote meerderheid van burgers wil dat dit gewoon geregeld wordt.”
Iedereen kan mede-eiser worden
Daarom stappen Bureau Clara Wichmann en DeGoedeZaak nu naar de rechter met zoveel mogelijk mede-eisers. Iedereen kan zich via de website inschrijven en mede-eiser worden.
Het Amsterdam Centre for European Law and Governance in samenwerking met Bureau Clara Wichmann, organiseert een SPUI 25 publiekslezing “Policing the Womb” door de gerenommeerde hoogleraar biotechnologie en recht Michele Goodwin van Irvine Law School. Voertaal: Engels
2 december 2019 | 17:00-19:00 | Amsterdam Law Hub – Nieuwe Achtergracht 164
In this public lecture, ‘Policing the womb’, Chancellors Professor Michele Goodwin of Irvine Law School will address the chilling ways in which women have become the targets of secretive state surveillance of their pregnancies. Afterwards she will engage in a debate with Britta van Beers and Amma Assante. Moderator: Anniek de Ruijter.
Policing the Womb
A public lecture public lecture by Chancellors Professor Michele Goodwin of Irvine Law School will address the chilling ways in which women have become the targets of secretive state surveillance of their pregnancies. Michele Goodwin discussed how legislators increasingly turn to criminalizing women for miscarriages, stillbirths, and threatening the health of their pregnancies. The horrific results include women giving birth while shackled in leg irons, in solitary confinement, and even delivering in prison toilets. In parts of the United States pregnancy has become a bargaining chip with prosecutors offering reduced sentences in exchange for women agreeing to be sterilized. Often the women most affected are poor and of color. Professor Goodwin brings to light how the unrestrained efforts to punish and police women’s reproduction has led to the United States being the deadliest country in the developed world for pregnant women.
Panel
Dr. mr. Britta van Beers teaches and writes about the legal-philosophical aspects of the governance of biomedical technologies. She is particularly intrigued by the legal and philosophical questions raised by assisted reproductive technologies, such as wrongful birth and wrongful life actions, selective reproduction and reproductive tourism. In more recent work, she has focused on personalised medicine and human gene editing.
Ms Amma Assante is Chair of the National Client Council, where she represents the interest of the clients of social services with regard to care, employment and income. She has dedicated her life to public service. After her Masters of political science at the University of Amsterdam, for a long time she has been an elected member of the City Council in Amsterdam, representing the labour party. Here she was the speaker for diversity and emancipation. She was also a member of the Dutch Parliament from September 2016 to March 2017. She was the designated speaker for higher education. Her political activities were always combined with her work in the field of social care domain; asylumseekers; youth services and public health. She has worked on poverty and debt and advised government and public authorities on a myriad of social service issues.
Moderator
Dr. mr. Anniek de Ruijter is Associate Professor European law at the University of Amsterdam and director of Bureau Clara Wichmann, a women’s rights organization that develops strategic litigation for gender equality. In her academic work, Annieks researches the intersection of European Union law and health law and policy. In this respect she focuses on constitutional questions regarding the EU role in human health and risk regulation. In 2017 she received the Veni award of The Netherlands Organisation for Scientific Research for a four-year research project on improving the EU constitutional order for responding to human health disasters such as pandemics or bioterrorist attacks.
Op donderdag 19 september 2019 organiseerde het Bureau Clara Wichmann een evenement in Pakhuis de Zwijger: ‘Wie maakt jouw huis schoon? Over een eerlijke werkverdeling in huis & de arbeidspositie van huishoudelijk werkers.’
Probleem
Tijdens deze avond werd een onderwerp besproken wat, volgens de aanwezigen, een probleem is in onze maatschappij waar eenieder mee te maken kan hebben. Het probleem wordt tijdens de opening van de avond door Anniek de Ruijter, directeur van Bureau Clara Wichmann, benoemd. Namelijk dat huishoudelijk werk niet wordt erkend als ‘gewoon werk’. De Regeling dienstverlening aan huis[1] veroorzaakt een onderscheid in de rechtspositie van huishoudelijk werkers ten opzichte van ‘gewone werkers’. Dit heeft als gevolg dat huishoudelijk werkers minder sociale zekerheid genieten. Waar bijvoorbeeld een ‘gewone werker’ recht heeft op 104 weken doorbetaling bij ziekte, heeft een huishoudelijk werker enkel recht op 6 weken.
Natalia Robledo Contreras, zelf een huishoudelijk werker, legt op een duidelijke manier uit tegen welke problemen huishoudelijk werkers aanlopen, voornamelijk wanneer het gaat om ongedocumenteerden. Zelf was Natalia tot januari 2019 ongedocumenteerd. Constant moest zij in angst over haar schouder kijken, terwijl zij in haar werk niet verzekerd was. Daarbij is een groot probleem dat veel huishoudelijk werk zwart wordt verricht, wat als gevolg heeft dat de werker helemaal niet beschermd wordt. Natalia is lid van het netwerk Migrant Domestic Workers van de FNV. Dit netwerk zet zich in voor de belangen van huishoudelijk werkers in Nederland. Daarbij roept Natalia op dat huishoudelijk werk erkend zal worden in Nederland. Erkenning dat deze werkers, waarvan 95% vrouw, bestaan. Er wordt gevraagd om erkenning, zichtbaarheid en respect.
ILO 189 verdrag
Een belangrijk onderdeel van deze erkenning ligt bij de ratificatie van het ILO 189 verdrag.[2] Dit verdrag stipuleert dat alle werkenden, inclusief huishoudelijk werkers, recht hebben op gelijke sociale rechten. Als Nederland dit verdrag zou ratificeren, zou er geen onderscheid meer toegestaan zijn tussen ‘gewone werkers’ en huishoudelijk werkers. Niels Jansen, een onderzoeker en arbeidsrechtjurist verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de UvA, legt deze noodzaak duidelijk uit. Hij heeft samen met Nuria Ramos Martin, in opdracht van Bureau Clara Wichmann en de Alliantie Samen werkt het, een rechtsvergelijkend onderzoek verricht in verschillende Europese landen. Dit onderzoek, legt hij uit, richtte zich op de rechtspositie van huishoudelijk werkers ten opzichte van ‘gewone werkers’. Het doel van het onderzoek was om vast te stellen wat wij (Nederland) kunnen leren van andere landen. Finland biedt een goed alternatief, aangezien zij een systeem handhaven van belastingvoordelen en vouchers, waardoor o.a. veel zwartwerken bestreden wordt.[3]
Intersectioneel probleem
Gezien 95% van de huishoudelijk werkers vrouw is, praten we hier over een intersectioneel probleem zegt Anniek de Ruijter, het gaat om gender en klasse. Devika Partiman, voorzitter van Stem op een Vrouw, verwoordt dit intersectionele probleem door middel van het voordragen van een column. Vrouwen hebben meer rechten dan het aanrecht: het recht op zelfbeschikking, het recht op werk, het recht op school. Maar doordat sommige vrouwen deze rechten genieten, zijn er andere vrouwen die het werk aan het aanrecht doen. Het is aan ons om op te komen voor deze vrouwen.
Panel
De avond wordt afgesloten met een paneldiscussie met Anna Ensing, van FairWork, Mac Vijn, een arbeidsjurist, Natalia Robledo Contreras, en Niels Jansen. De vraag die hier centraal staat is ‘Hoe krijgen we mensen in beweging?’ ‘Wat kunnen wij doen’? Mac Vijn stelt dat het begint bij onszelf. Er zijn zeker wel sociale rechten voor huishoudelijk werkers, maar mensen weten dat niet. Werkgevers weten dat niet. Kijk om je heen, misschien heb jij een huishoudelijk werkers in dienst, of ken jij iemand die dat heeft. Krijgen deze werkers wel waar zij recht op hebben?
Bureau Clara Wichmann ondersteunt een rechtszaak van een vrouw die werd gedwongen haar kind af te staan. In 1967 werd ze zwanger en in een klooster geplaatst van de Paula stichting, een tehuis voor ongehuwde moeders. Deze stichting en de Raad van Kinderbescherming zetten haar onder druk gezet om haar kind af te staan, terwijl zij zelf het kind wenste te houden. Zo werd haar pasgeboren zoon tegen haar wil bij haar weggehaald.
Bureau Clara Wichmann ondersteunt deze rechtszaak waarbij de Staat aansprakelijk wordt gesteld. Uit het dossier van de vrouw blijkt dat ze meermalen heeft aangegeven voor haar kind te willen zorgen. Toch zette de kinderbescherming – onderdeel van de Staat – haar tijdelijk uit de ouderlijke macht en maakt dit vervolgens in november 1968 definitief. Ongehuwden vrouwen werden in die tijd enorm onder druk gezet om hun kind af te staan. Cliente wil niet alleen erkenning voor het leed dat haar is aangedaan, maar wil ook weten wat er precies is gebeurd in die periode waarin meer dan 10.000 vrouwen hun kind afstonden.
De zoon van Scheele-Gertsen is een van de duizenden kinderen die is afgestaan tussen 1956 – toen de adoptiewet het mogelijk maakte adopties juridisch goed te regelen – en 1984, toen abortus werd gelegaliseerd. Ruim 15.000 Nederlandse kinderen werden in die periode geadopteerd, schreef de Radboud Universiteit in 2017 in een onderzoek naar binnenlandse adopties, uitgevoerd in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het ministerie van veiligheid en justitie. Dat zijn er meer dan vijfhonderd per jaar. Achter die cijfers gaan waarschijnlijk tussen de 13.000 en 14.000 vrouwen schuil, schat de Radboud Universiteit.