Auteur: santi

  • BRIEF AAN MINISTER KOOLMEES: VERZOEK OM STANDPUNT EN NADER ONDERZOEK NOW, TOZO EN TOFA-regelingen 

    Bureau Clara Wichmann stuurde namens alle lidorganisaties van Alliantie Samen Werkt Het een brief naar Minister Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) met de vraag om nader onderzoek te doen naar de geïdentificeerde knelpunten en mogelijke effecten van de NOW, Tozo en TOFA-regelingen.

    Achtergrond

    De NOW biedt een tegemoetkoming in de betaling van de loonkosten van een werkgever met een acute terugval  in de omzet van ten minste 20% door de COVID 19-pandemie. Het doel is, kort gezegd, het behouden van werkgelegenheid voor zoveel mogelijk werkgevers in Nederland. Onderzoek van Bureau Clara Wichmann en advocatenkantoor Stibbe wijst echter uit dat de maatregelen negatief uitpakken voor vrouwelijke ondernemers doordat er sprake is van indirecte discriminatie.  

    Kernpunt

    De NOW maakt gebruik van een referentieperiode waarbij geen mogelijkheid bestaat om hiervan af te wijken. Dit kan voor vrouwen tot onrechtvaardige gevolgen leiden indien een vrouw in deze referentieperiode zwanger is geweest en geen arbeid heeft kunnen verrichten of hierdoor minder inkomen heeft kunnen genereren. Omdat onder de huidige NOW individuele uitzonderingen niet mogelijk zijn, is er daarom sprake van indirecte discriminatie en dat terwijl 67% van de aanvragen onder de NOW-1 zijn gedaan door kleine werkgevers, waarbij het goed mogelijk is dat de onderneming afhankelijk is van het inkomen van één vrouw. Deze knelpunten zijn mogelijk ook aan de orde in de andere steunmaatregelen: de TOZO- en TOFA-regelingen.

    Bureau Clara Wichmann begrijpt dat de NOW is bedoeld voor een groot aantal werknemers en dat daarom de praktische uitvoerbaarheid zo eenvoudig mogelijk is gehouden. Toch is het Bureau van mening dat de minister verplicht is om te onderzoeken op welke manier de nadelige gevolgen voor vrouwelijke ondernemers kunnen worden weggenomen. Dit onderzoek zou vast onderdeel moeten uitmaken van de belangenafweging die de Minister bij de NOW, en eventueel bij de andere regelingen, maakt.

    Equal Pay Day tijdens Corona
    Vandaag, op 11 november 2020, is het Equal Pay Day. Om de loonkloof tussen mannen en vrouwen tegen te gaan moet er bij het opstellen van financiële maatregelen met betrekking tot werkgelegenheid ook altijd aandacht zijn voor vrouwen. Ten tijde van een wereldwijde pandemie mogen vrouwen niet ook nog eens de dupe zijn van een maatregel die niet goed op vrouwelijke ondernemers is afgestemd. 

  • Verslag event Online Gendered Hate Speech – 28 oktober 2020

    Op 28 oktober organiseerde Bureau Clara Wichmann in samenwerking met Pakhuis de Zwijger een event over online gendered hate speech. De gasten gingen op basis van hun ervaringen en expertise in gesprek over de oorzaken, effecten en het spanningsveld dat bestaat bij het zoeken naar een juridische oplossing. Je kan het event hier terugkijken.

    Mensenrechtenadvocaat Nani Jansen Reventlow, Politica Sylvana Simons en onze strategisch juridisch adviseur Nawal Mustafa gaven onder leiding van moderator Nadine Ridder de verschillende aspecten van dit probleem weer. Als publiek figuur en politica vertelde Sylvana Simons over haar ervaringen voor en nadat zij besloot omd e politiek in te gaan. Volgens haar mogen vrouwen zich in de publieke ruimte bewegen, mits zij voldoen aan de eisen die hieraan gesteld worden. Doen ze dat niet dan zijn er consequenties. Wat vooral naar voren kwam uit haar ervaringen was dat de online hate speech exemplarisch is voor wat vrouwen dagelijks offline meemaken. Een cruciaal verschil hierbij is dat je bij hate speech in de echte wereld weet wie de dader is. Online hate speech kan van iedereen komen en die anonimiteit vergroot het gevoel van onveiligheid. Bovendien roept het de vraag op wie je dan moet aanspreken.

    Nawal Mustafa (activist, PhD onderzoeker en strategisch juridisch adviseur bij Bureau Clara Wichmann) sloot hierbij aan en gaf aan dat het belangrijk is om na te denken over wat er gebeurt bij online gendered hate speech en of er op structureel niveau iets aan gedaan kan worden. Daarom onderzoekt Bureau Clara Wichmann ook of het mogelijk is om een strategische procedure te voeren die de positie van alle vrouwen die hiermee te maken krijgen, kan versterken. Nawal benadrukte dat intersectionaliteit hierin een belangrijke rol speelt. Vaak speelt naast seksisme namelijk ook racisme. Dit kan het voor vrouwen moeilijker maken om de taal te vinden om de ervaringen te bespreken. Sylvana merkte hier terecht op dat het ook nodig is om de juridische taal te vinden om dit probleem te duiden.

    Nani Jansen Reventlow (mensenrechtenadvocaat, directeur Digital Freedom Fund) stelde dat dit probleem ook binnen een breder mensenrechtelijk kader gezien moet worden. Je hebt enerzijds vrijheid van meningsuiting, een recht dat niet absoluut is, en anderzijds hate speech. Vrijheid van meningsuiting kan ver gaan, maar mag onder bepaalde voorwaarden beperkt worden. Als er sprake is van hate speech wordt dit niet beschermd door het recht op vrijheid van meningsuiting. 

    Online hate speech heeft als effect dat het bepaalde groepen uit het publieke debat drukt of mensen weerhoudt van deelname eraan. Het gevolg is dat een groot deel van de samenleving het zwijgen wordt opgelegd. Zij stelt ook dat het belangrijk is om te beseffen dat online gendered hate speech een manifestatie is van hoe de samenleving in elkaar zit: seksistisch en racistisch. We moeten ons daarom afvragen hoe onze machtsstructuren in elkaar zitten en wie recht heeft van spreken en gehoord mag worden.

    Dat wat online gebeurt een voortzetting is van de offline wereld bleek ook uit de film ‘A Dark Place’, een documentaire over online intimidatie van vrouwelijke journalisten in het kader van het project Safety of Female Journalist Online (SOFJO) van de OSVE die deelnemers voor en na het event konden bekijken. De filmmaker Javier Luque en Julia Haas van de OSVE lichtten tijdens het event toe dat deze film is gemaakt om bewustwording te creëren over de ervaringen van vrouwelijke journalisten. Het doel van de film was om kijkers een beter begrip van het fenomeen te geven en de schaal en de effecten van het probleem. Mannelijke journalisten hebben namelijk niet dezelfde ervaringen. Daar is nu meer aandacht voor. Bovendien wees onderzoek van de OSVE ook uit dat online hate speech tegen vrouwelijke journalisten een mondiaal probleem is en dezelfde patronen kent, ongeacht waar het plaatsvindt.

    Tot slot benadrukten de deelnemers dat online gendered hate speech een vorm van geweld tegen vrouwen is, wel degelijk effect op het dagelijkse leven van vrouwen heeft en dat we ons denken hierover moeten veranderen. Geweld tegen vrouwen is genormaliseerd en we moeten ons afvragen waarom de (rechts)middelen die er zijn nu tekortschieten. Hiervoor gaf Nani het advies om ook te kijken naar wat andere landen doen aan dit probleem. Daarnaast kan bewustwording bij de wetgever en aanpassing van de wetgeving voor verandering zorgen. Strategisch procederen kan dan goed in kaart brengen waar het aan schort in bestaande wetgeving. Bureau Clara Wichmann blijft kijken naar de procedeer mogelijkheden tegen online gendered hate speech.

  • Juridische verkenning online gendered hate speech

    [fusion_builder_container type=”flex” hundred_percent=”no” equal_height_columns=”no” hide_on_mobile=”small-visibility,medium-visibility,large-visibility” background_position=”center center” background_repeat=”no-repeat” fade=”no” background_parallax=”none” parallax_speed=”0.3″ video_aspect_ratio=”16:9″ video_loop=”yes” video_mute=”yes” border_style=”solid”][fusion_builder_row][fusion_builder_column type=”1_1″ type=”1_1″ background_position=”left top” border_style=”solid” border_position=”all” spacing=”yes” background_repeat=”no-repeat” margin_top=”0px” margin_bottom=”0px” animation_speed=”0.3″ animation_direction=”left” hide_on_mobile=”small-visibility,medium-visibility,large-visibility” center_content=”no” last=”no” hover_type=”none”][fusion_text]

    Online gendered hate speech is in toenemende mate een probleem dat vooral vrouwen en minderheidsgroepen treft. Bureau Clara Wichmann heeft daarom op 30 september 2020 het project “Gendered Hate Speech” gelanceerd. Het doel van dit project is het verkennen van de mogelijkheden om online gendered hate speech juridisch een halt toe te roepen en de juridische positie van vrouwen die hiermee te maken krijgen te versterken.

    Deze juridische verkenning (link) onderzoekt civielrechtelijke aspecten van dit probleem en de mogelijkheden om de schade te verhalen van online hate speech.

    Event

    Op 28 oktober organiseert Bureau Clara Wichmann een event in Pakhuis de Zwijger. Moderator Nadine de Ridder gaat met de gasten in gesprek over de gevolgen van racistische en seksistische hate speech en hoe dit, juridisch, mogelijk een halt toegeroepen kan worden. Nani Jansen Reventlow, Sylvana Simons en Nawal Mustafa nemen ons mee in de strijd voor mensenrechten, de manier waarop met name vrouwen van kleur het mikpunt van hate speech blijken te zijn en hun persoonlijke ervaringen.

    [/fusion_text][/fusion_builder_column][/fusion_builder_row][/fusion_builder_container]

  • In memoriam: Mac Vijn

    Tot ons verdriet is afgelopen maandag Mac Vijn overleden. Mac was als advocaat betrokken bij een groot aantal van onze strategische rechtszaken. Zo voerde zij de rechtszaken van de zwangere zelfstandigen, de procedure voor de uitkering bij ziekte van alfahulpen en de zaak van onderzoekster Edith Kuiper inzake het bewijs van seksedisciminatie bij haar sollicitatieprocedure bij de UvA. 

    Mac was werkzaam bij Bosch Advocaten in Amsterdam en heeft zich jarenlang ingezet op het gebied van vrouw en recht. Ze was een doortastende, nuchtere advocaat en een feministe pur sang. Mede dankzij haar inzet hebben 20.000 zwangere zelfstandigen na veertien jaar procederen alsnog een zwangerschapsuitkering gekregen van 5.600 euro. 

    Ook na haar pensioen bleef Mac zich inzetten voor het verbeteren van de rechtspositie van vrouwen. Vorig jaar nam zij als panellid deel aan onze avond in Pakhuis de Zwijger over de Regeling Dienstverlening aan Huis en was zij als expert betrokken bij het opzetten van de rechtszaak over de positie van PGB’ers binnen deze regeling. 

    Mensen als Mac zijn de feministische helden achter de schermen bij Bureau Clara Wichmann. Mac heeft zich als advocaat jarenlang ingezet voor de vele procedures die de Vereniging voor Vrouw en Recht Clara Wichmann en het Bureau Clara Wichmann gezamenlijk in gang hebben gezet en tot het einde toe hebben afgerond. Als arbeidsrechtjurist heeft zij hiervoor de juiste strategische koers uitgezet. 

    Mede dankzij Mac hebben we op het het gebied van arbeidsrecht belangrijke juridische stappen gezet die voor veel vrouwen in Nederland grote betekenis hebben.

    Mac heeft een heel kort ziekbed gehad. We kijken terug op een bijzondere en strijdbare samenwerking.

  • Wetsvoorstel Seksuele misdrijven: advies aan de Minister & de commissie Justitie en veiligheid

    Vandaag publiceerde de Volkskrant een interview met Minister van Justitie Ferd Grapperhaus over het wetsvoorstel Seksuele misdrijven. Bureau Clara Wichmann is na de publicatie van de wet gevraagd als adviesorgaan bij de totstandkoming van deze nieuwe wetgeving. Ons advies is hieronder te vinden en is hier te downloaden.

    Het voorstel tot wijziging is een positieve ontwikkeling; er is meer aandacht voor de diversiteit in vormen van grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld, evenals meer aandacht voor de positie van overlevers. Wij denken echter dat het van belang is om het in stand laten van het huidige verkrachtingsartikel te heroverwegen, ondanks de toevoeging van artikelen over seksuele interactie tegen de wil en seksuele intimidatie. Hiernaast zijn wij kritisch over het gebrek aan motivatie bij de keuze voor sommige toevoegingen en wijzigingen van de wet. Ook wijzen wij de minister op het belang van inclusief taalgebruik en het belang van trainingen voor professionals, waarbij een interactionele en inclusieve benadering centraal moet staan.

    Op 6 oktober vindt het Algemeen overleg over dit wetsvoorstel plaats en kunnen de leden van de commissie Justitie en Veiligheid vragen stellen over het wetsvoorstel. We hebben ons advies daartoe onder de aandacht gebracht bij de commissieleden.

    Aandachtspunten advies wetsvoorstel seksuele misdrijven:

    Geachte leden van de Vaste Commissie Justitie en Veiligheid,

    In mei zijn wij door de directie Wetgeving en Juridische zaken gevraagd onze visie op het Wetsvoorstel seksuele misdrijven uiteen te zetten. In deze brief willen wij ons advies nogmaals via deze weg onder uw aandacht brengen ter ondersteuning van uw Algemeen Overleg over dit wetsvoorstel, gepland op 6 oktober 2020. Hiertoe zetten wij hieronder graag de kernpunten van ons advies uiteen.

    Het voorstel tot wijziging is een positieve ontwikkeling; er is meer aandacht voor de diversiteit in vormen van grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld, evenals meer aandacht voor de positie van overlevers. Wij denken echter dat het van belang is om het in stand laten van het huidige verkrachtingsartikel te heroverwegen, ondanks de toevoeging van artikelen over seksuele interactie tegen de wil en seksuele intimidatie.

    Advies tot heroverweging verkrachtingsartikel
    Het huidige verkrachtingsartikel creëert een te zware toets voor de strafbaarstelling van verkrachting, namelijk: dwang, opzet en geweld. Volgens een serie uitspraken van internationaal gezaghebbende mensenrechtencomités en op basis van jurisprudentie zou de nadruk in de strafbaarstelling moeten liggen op het ontbreken van de toestemming. Dit bezwaar wordt niet weggenomen door de toevoeging van een ander delict met de titel ‘seksuele interactie(s) tegen de wil’, hetwelk wij in een volgende paragraaf zullen toelichten. Bovendien zouden wij adviseren om dan in elk geval Memorie van Toelichting (hierna: Mvt) toe te lichten waarom er wordt vastgehouden aan het huidige verkrachtingsartikel, ondanks dat het een te zware toets neerzet voor de bewijspositie van het OM en strijdig is met internationaal recht.

    Advies tot aanpassing delict, seksuele interactie(s) tegen de wil
    Het delict seksuele interactie(s) tegen de wil’ is problematisch qua tekst, omdat er geen sprake kan zijn van “seks” indien er handelingen tegen de wil plaatsvinden. Zoals de MvT ook itereert, heeft taal een sterke normerende werking.

    • We adviseren om lid twee van dit artikel, waar wordt gesproken over “seksueel binnendringen” aan te passen, dit valt namelijk volgens internationaalrechtelijke kaders onder verkrachting;
    • We adviseren om in elk geval te motiveren in de MvT waarom gekozen is voor de term “wil” en niet voor “toestemming”, zoals de internationaalrechtelijke kaders voorschrijven;

    We adviseren tevens om voorgestelde strafmaxima te heroverwegen met betrekking tot de verjaring. In het artikel “seksuele interactie(s) tegen de wil” ligt op lid 1 een strafmaat van vier jaar. Op lid 2, waarbij sprake is van binnendringen, is de strafmaat zes jaar. Beide delicten verjaren dus na 12 jaar. Dit terwijl gezien de internationale normen het delict in lid 2 eerder onder “verkrachting” zou vallen, en het dus logischer zou zijn om ook bij die verjaringstermijnen en de strafmaat aan te sluiten. Hierbij is het ook van belang om een verdere motivering te bieden in de MvT, omdat juist bij seksueel geweld blijkt dat de feiten zich vaak pas later in hun volledigheid openbaren aan slachtoffers en dat de stap naar aangifte doen en een eventueel proces groot kan zijn.

    Advies tot aanscherping ‘Fysieke seksuele intimidatie’
    We zien een positieve ontwikkeling in het strafbaar stellen van straatintimidatie, waar ook een duidelijk normerende werking vanuit gaat. We adviseren echter wel tot enige aanscherping van het huidige voorstel:

    • Onduidelijk is hoe het nieuwe art. 151f “fysieke seksuele intimidatie” zich verhoudt tot “aanranding” in de zin van het huidige art. 246 Sr. Er is voor gekozen dit nieuwe delict in te voeren met een strafmaat van ten hoogste één jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vierde categorie. In geval van aanranding onder art. 246 Sr. moet sprake zijn van geweld of de dreiging hiervan, in combinatie met dwang. Hiervoor is de strafmaat een gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of een geldboete van de vijfde categorie. Het ligt voor de hand een en ander meer in balans te brengen en uitvoeriger in de MvT te motiveren waarom voor deze verhouding is gekozen;
    • Hiernaast valt ervoor te pleiten om het nieuwe artikel 151f als zedendelict te categoriseren en niet als openbare orde-delict. Het ongewenst aanraken van borsten, billen of geslachtsdelen is ook een vergaande inbreuk in de fysieke integriteit. Men zou de vraag kunnen stellen of het huidige voorstel ver genoeg gaat om overlevers te beschermen en bovendien de huidige maatschappelijke normen, ten aanzien van straatintimidatie te corrigeren.

    In conclusie juichen wij het toe dat het nieuwe wetsvoorstel de kans biedt om de positie van overlevers van seksueel geweld centraal te stellen, uiteraard met inachtneming van alle strafrechtelijke waarborgen voor verdachten die het WvSr. kent. Wij denken echter dat er nog winst valt te behalen in een aanscherping en verduidelijking van het huidige voorstel.

    Hiernaast willen we benadrukken hoe belangrijk onderwijs over seksuele normen in de samenleving is, evenals degelijke training van professionals, bij de politie, maatschappelijk werk etc. die te maken krijgen met overlevers van seksueel geweld. Hierbij is een intersectionele benadering van cruciaal belang, zodat onder andere op cultuur- en gendersensitieve wijze met seksueel geweld kan worden omgegaan.

    Hoogachtend,

    Anniek de Ruijter
    Directeur Bureau Clara Wichmann

  • Lancering project Gendered Hatespeech

    Op 30 september lanceert Bureau Clara Wichmann het project Gendered Hatespeech.

    Online gendered hatespeech is met toenemende mate een probleem dat vooral vrouwen en minderheidsgroepen treft. Bureau Clara Wichmann doet onderzoek naar de mogelijkheden om dit juridische een halt toe te roepen. Binnenkort publiceren we ons onderzoek over de mogelijkheden voor een civiele procedure tegen hatespeech.

    Op 28 oktober vindt ons event plaats in Pakhuis de Zwijger. Moderator Nadine Ridder gaat in gesprek met mensenrechtenadvocaat Nani Jansen Reventlow, politica Sylvana Simons en onze strategisch jurdisch adviseur Nawal Mustafa. Zij nemen ons mee in de strijd voor mensenrechten, de manier waarop met name vrouwen van kleur het mikpunt van hate speech blijken te zijn en hun persoonlijke ervaringen.

    Daarnaast is BCW een online campagne gestart waarin we mensen informeren wat ze zelf kunnen doen tegen online gendered hatespeech. Kijk hier voor meer informatie.

     

  • Procedure gewonnen: overheid past omstreden ‘Nu Niet Zwanger’-project aan

    De overheid heeft nieuwe verplichtingen opgelegd aan het ‘Nu Niet Zwanger’-project. Deze verplichtingen komen grotendeels tegemoet aan de eisen van Bureau Clara Wichmann en het NJCM.

    Met het Nu Niet Zwanger-project van de GGD worden “kwetsbare personen” (in de praktijk vooral vrouwen) actief door hulpverleners benaderd om het te hebben over hun kinderwens. Het programma is er op gericht om “kwetsbare vrouwen” die niet zwanger willen worden te helpen, door verstrekking van anticonceptie zoals de ‘prikpil’. Kwetsbaarheid wordt in de context van dit project geformuleerd als een combinatie van problemen rond, onder andere, psychische ziektes, drugsverslaving, schulden, een verstandelijke beperking of ongedocumenteerd zijn.

    Bij Bureau Clara Wichmann en het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM) bestonden grote zorgen over de vraag of de mensenrechtelijke en vrouwenrechtelijke waarborgen wel voldoende meegenomen waren in dit project: wie worden aangemerkt als kwetsbaar? Is er ook voldoende ruimte om “nee” te zeggen tegen iemand die vanuit de overheid langskomt? Is er voldoende rekening gehouden met privacy en met het recht op zelfbeschikking?

    De organisaties zagen deze waarborgen niet terug in het project, en ook niet in de subsidietoekenning vanuit de rijksoverheid (waarmee het project landelijk uitgerold kon worden).

    Nadat verschillende gesprekken en het opsturen van een wetenschappelijk rapport met daarin de relevante mensenrechten en vrouwenrechten niet tot verandering leidden, zagen Bureau Clara Wichmann en het NJCM geen andere mogelijkheid dan het voeren van een procedure. Deze procedure richtte zich tegen de subsidietoekenning. De twee organisaties werden daarin bijgestaan door toegewijde advocaten van het kantoor Stibbe, die de zaak pro bono voerden, en door het PILP-NJCM, het onderdeel van het NJCM dat ziet op strategisch procederen voor mensenrechten.

    De procedure heeft deze zomer tot een mooi inhoudelijk resultaat geleid. Volgens de minister kan inderdaad de mogelijkheid bestaan dat een vrouw zich gedwongen voelt om het antwoord te geven dat ze verwacht dat de professional wil horen. Dit mag natuurlijk nooit gebeuren, want dat komt neer op het indirect uitoefenen van dwang door de overheid in de zeer persoonlijke aangelegenheid van een kinderwens.

    De overheid heeft daarom nieuwe verplichtingen opgelegd aan het project ‘Nu Niet Zwanger’, waaronder:

    • de verplichting dat er specifieke aandacht komt voor het mensenrechtelijk kader in opleiding, kader en intervisie voor alle betrokkenen bij het project;
    • een toegankelijk en breed bekend klachtenmeldpunt voor de deelnemers; en
    • een verplichte training met aandacht voor het mensenrechtelijk kader voor de professionals die de gesprekken voeren.

    Deze verplichtingen komen grotendeels tegemoet aan de eisen van Bureau Clara Wichmann en het NJCM. De organisaties zijn dan ook blij met dit resultaat en zien het als een mooi voorbeeld van hoe strategisch procederen tot resultaten kan leiden die er met het enkel voeren van gesprekken of vragen van (media)aandacht niet konden worden verwezenlijkt. De twee organisaties zullen het ‘Nu Niet Zwanger’-project kritisch blijven volgen.

  • Stagiair Juridisch medewerker gezocht!

    Als stagiair bij Bureau Clara Wichmann ben je actief bezig met vrouwenrechten. Bureau Clara Wichmann streeft al meer dan 35 jaar naar een betere maatschappelijke en rechtspositie van vrouwen in Nederland. Deze positie kan namelijk op veel terreinen worden verbeterd. Het voeren van rechtszaken en het veranderen van wet- en regelgeving is één van de mogelijkheden om dat te realiseren.

    Momenteel zoeken wij een stagiair die de Beoordelingscommissie Rechtszaken kan ondersteunen. De  commissie wordt gevormd door strategische juridische adviseurs. Zij beoordelen of een strategische rechtszaak of een proefproces binnen de statuten en doelstellingen van het Bureau Clara Wichmann past. De commissie adviseert over de wenselijkheid van het voeren van een procedure en de toedeling van middelen vanuit het rechtszakenfonds voor het starten van een rechtszaak.

    Als stagiair Juridisch medewerker ben je nauw betrokken bij deze commissie en werk je samen met de bureaucoördinator. De commissie bestaat uit een aantal werkgroepen die een keer per maand vergaderen over binnengekomen aanvragen en lopende procedures. Op deze manier leer je over onze rechtszaken en strategisch procederen. Jij notuleert deze vergaderingen en biedt ondersteuning bij juridische taken in overleg met onze bureaucoördinator. Daarnaast bied je ondersteuning bij onderzoek en het schrijven van rapporten.

    Taken

    • Verantwoordelijk voor organisatie en notuleren zaakbesprekingen;
    • Ondersteuning aanvragen voor rechtszaken;
    • Uitvoering praktische werkzaamheden;
    • Ondersteuning bij onderzoek en het schrijven van rapporten.

    Functie-eisen

    • Juridisch onderlegd
    • Bij voorkeur laatste jaar, HBO-, bachelor- of masterstudent;
    • beschikbaar voor minimaal 3 maanden, bij voorkeur voor 6 maanden;
    • minimaal 8 uur per week beschikbaar;
    • Profielschets: gepassioneerd over de vrouwenzaak, ondernemend, leergierig, sociaal, secuur en verantwoordelijk.

    Solliciteren

    Voldoe je aan bovenstaande criteria en ben je geïnteresseerd in een stage bij Bureau Clara Wichmann? Solliciteer dan nu door je motivatiebrief en CV te e-mailen naar:  info@nieuw.clara-wichmann.nl. Je kunt je sollicitatie richten aan Femke Zeven. Solliciteer voor 16 september.

    Diversiteitsbeleid

    Diversiteit is essentieel voor het nastreven van onze doelstelling: het verbeteren van de rechtspositie van alle vrouwen in Nederland. Bureau Clara Wichmann streeft daarom naar een divers bureau op basis van gender, ras, etniciteit, seksuele oriëntatie, sociaal-economische achtergrond, religie en leeftijd.

  • Advies SER huishoudelijk werk: verbeter sociale zekerheid van huishoudelijk werkers

    De Sociaal Economische Raad (SER) kwam deze week naar buiten met een  verkenning naar de markt voor persoonlijke dienstverlening. Het rapport is hier te lezen. Een belangrijke aanbeveling van de SER is dat de overheid de formalisering van huishoudelijk werk moet onderzoeken, met inbegrip verbetering sociale zekerheid van de werkers.

    Maar liefst 95% van de huishoudelijk werkers in Nederland is vrouw. Formeel en informeel werken er meer dan 1 miljoen vrouwen in de persoonlijke dienstverlening.  De huishoudelijk werker heeft sinds oudsher een slechte arbeidspositie. Zij vallen nu onder de ‘regeling dienstverlening aan huis’. Zij worden bij ontslag niet beschermd, hebben geen recht op een aanvullend pensioen en zijn niet verzekerd bij langdurige ziekte of arbeidsongeschiktheid. Vanuit de Alliantie Samen werkt het! ondersteunt Bureau Clara Wichmann samen met Women inc, Wo=men, Movisie en de Nederlandse Vrouwenraad deze belangrijke en onmisbare groep en onderzoekt mogelijkheden voor betere en eerlijke wetgeving.

    Volgens Bureau Clara Wichmann had de aanbeveling vanuit de SER steviger kunnen zijn en is er meer erkenning nodig voor de moeilijke positie waarin huishoudelijk werkers zich nu bevinden, waaronder ook de ongedocumenteerden. Echter is het advies een stap in de goede richting wat betreft het verbeteren van de sociale zekerheid van deze groep werkers.

    “De rechtspositie van huishoudelijk werkers is verre van gelijk aan andere werknemers. Het is noodzakelijk dat hun rechtspositie gezien en erkend wordt. Vanuit Bureau Clara Wichmann roepen we de politiek op om navolging te geven aan de aanbevelingen van de SER verkenning, bovendien kan je de petitie van de FNV Schoonmaak ondertekenen als je blijk wilt geven van je steun aan deze groep. ”Aldus projectleider Bureau Clara Wichmann Sarah Jeddaoui

     

  • Gedwongen afstand van kind: discriminatie van duizenden ongehuwde vrouwen in Nederland in de jaren ’50, ’60 en ‘70

    Op 24 juni heeft BCW samen met ‘afstandsmoeder’ Trudy Scheele-Gertsen de Nederlandse Staat gedagvaard. Duizenden ongehuwde zwangere vrouwen moesten in de jaren ’50, ’60 en ’70 hun kind bij de geboorte gedwongen afstaan. Trudy was een van deze vrouwen. Bureau Clara Wichmann ondersteunt Trudy’s zaak en samen stellen we de Staat aansprakelijk. Om deze zaak te financieren is Bureau Clara Wichmann een crowdfunding gestart.

    Achtergrond
    Trudy was één van de vrouwen die in de jaren ‘60 haar zoon tegen haar wil moest afstaan ter adoptie. Ze kwam op 21-jarige leeftijd terecht bij de Paula stichting, een tehuis voor ongehuwde moeders. Ze wist zeker dat ze haar baby wilde houden en heeft dit in meerdere gesprekken aangegeven. Als één van de weinige hoefde ze niet geblinddoekt te bevallen, maar toch werd haar zoon direct na de bevalling van haar afgenomen. Na een paar dagen mocht ze haar zoon een keer zien, daarna moest ze het tehuis van de Paula stichting verlaten. Trudy moest haar zoon achterlaten.

    Dossierhouder Bureau Clara Wichmann Linde Bryk:

    “Decennia lang is vrouwen leed aangedaan doordat zij gedwongen afstand hebben moeten nemen van hun kind(eren). Tot op de dag van vandaag gaan deze vrouwen hieronder gebukt. Met deze zaak kaarten wij dit onrecht aan en vragen de Staat het leed van deze vrouwen te erkennen, excuses te maken en deze vrouwen tegemoet te komen in de door hun geleden schade.”

    Trudy heeft meerdere malen aangegeven dat ze haar kind nooit wilde afstaan. Daarnaast schreef de wet toen al voor dat moeders en kinderen in principe niet gescheiden mogen worden. Een controversiële studie van twee psychiaters Han Heijmans en Kees Trimbos deed de werkwijze van de tehuizen voor ongehuwde moeders keren: scheiding had de voorkeur boven een kind laten opgroeien bij een alleenstaande moeder. De kinderbescherming, als onderdeel van de staat, heeft daaraan meegewerkt in plaats van deze vrouwen te beschermen.

    Trudy Scheele-Gertsen:

    “Door het aansprakelijk stellen van de Staat, de Staat was nauw betrokken bij de uitvoering van een discriminerend beleid erop gericht om ongehuwde moeders van hun kinderen te scheiden, probeer ik en met mij nog andere vrouwen die ooit gedwongen afstand hebben gedaan van hun kind, de mogelijkheid te bieden de last van schuld en spijt van zich af te schudden door nu de ware oorzaak van de traumatische scheiding bij de werkelijke schuldige neer te leggen en zo een stap verder kunnen zetten om trauma van verlies te verwerken.”

    Rechtszaak
    Trudy is helaas niet alleen. Tussen 1956 (het moment dat de adoptiewet werd ingevoerd) en 1984 (het moment dat abortus gelegaliseerd werd) stonden duizenden vrouwen gedwongen hun kind af omdat zij ongehuwd zwanger waren geraakt. Alles rammelt in deze zaak, de adoptiewet heeft ongekend veel levens verwoest en verschrikkelijk leed veroorzaakt.

    Advocaat Lisa-Marie Komp:

    “De wet verplichtte de Staat om de band tussen moeder en kind te beschermen. Zo nodig moest de Staat ook maatregelen nemen om moeders te ondersteunen, zodat zij hun kind zouden kunnen verzorgen. Het tegendeel is echter gebeurd. Bovendien was ook discriminatie verboden. Toch werden vrouwen gediscrimineerd omdat zij ongehuwd zwanger waren geworden.”

    Juridische procedures duren lang en zijn kostbaar. We hebben jouw/uw steun nodig om deze zaak te financieren. Help de afstandsmoeders en doneer nu!

    Will van Sebille, Stichting De Nederlandse Afstandsmoeder:

    ‘Als Stichting ondersteunen wij deze rechtszaak omdat heel veel ongehuwde zwangere meisjes en vrouwen hun kind kwijt zijn geraakt, doordat het systeem totaal gericht was op kinderen vrij maken voor adoptie. Dat de moeders daardoor getraumatiseerd en levenslang zwaar beschadigd raakten, werd opzij geschoven. Dit onrecht moet eindelijk eens erkend en berecht worden.’